doorgaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorgaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doorgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorgaand
Past participle - Verleden deelwoord: doorgegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga door
jijgaat door
hijgaat door
wijgaan door
julliegaan door
zijgaan door

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben doorgegaan
jijbent doorgegaan
hijis doorgegaan
wijzijn doorgegaan
julliezijn doorgegaan
zijzijn doorgegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging door
jijging door
hijging door
wijgingen door
julliegingen door
zijgingen door

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas doorgegaan
jijwas doorgegaan
hijwas doorgegaan
wijwaren doorgegaan
julliewaren doorgegaan
zijwaren doorgegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doorgaan
jijzult doorgaan
hijzal doorgaan
wijzullen doorgaan
julliezullen doorgaan
zijzullen doorgaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorgegaan zijn
jijzult doorgegaan zijn
hijzal doorgegaan zijn
wijzullen doorgegaan zijn
julliezullen doorgegaan zijn
zijzullen doorgegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doorgaan
jijzou doorgaan
hijzou doorgaan
wijzouden doorgaan
julliezouden doorgaan
zijzouden doorgaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorgegaan zijn
jijzou doorgegaan zijn
hijzou doorgegaan zijn
wijzouden doorgegaan zijn
julliezouden doorgegaan zijn
zijzouden doorgegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga door

Verbs conjugated like 'doorgaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Translations

  • continue, to continue
  • keep, to continue
  • pass, to continue
  • proceed, go forward
  • proceed, pass from one point to another
  • proceed, go on in an orderly or regulated manner
  • occur, take place
  • proceed, take place
  • continue, transitive: proceed
  • Sample Sentences

    • [...] in was, in eene andere overgegoten te hebben. Aldus van het noodige voorzien, zeilden wij de haven uit. Aan het kasteel, dat aan den ingang van de haven ligt, kende men ons, en liet ons ongehinderd doorgaan, en toen wij een vierde mijl in zee waren, haalden wij het zeil in en gingen aan het visschen. De wind was N.N.O., hetgeen ik zeer ongelukkig trof. Zoo hij zuidelijk geweest was, had ik ligtelijk de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] genoodzaakt ongeveer tien ellen op handen en voeten voort te kruipen, hetgeen, naar mij dacht, al een groot waagstuk was, daar ik niet wist hoe ver zij liep, of waar ik zou uitkomen. Na deze engte doorgegaan te zijn, verhief het gewelf zich ongeveer tot twintig voet; maar nimmer, durf ik zeggen, zag men op het eiland schitterender gezigt, dan de wanden dezer grot opleverden. Deze weerkaatsten [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en een mijne papegaaijen mede; ook vergat ik het geld niet, waarvan ik vroeger gesproken heb, en dat zoo lang stil had gelegen, dat het roestig of zwart geworden was, en naauwelijks voor zilver kon doorgaan, voor het wat gewreven en gehanteerd was geworden, alsook het geld, dat ik op het Spaansche wrak had gevonden. Aldus verliet ik het eiland, gelijk ik op het scheepsjournaal zag, den 19 December [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch doregaen. Equivalent to door + gaan; cognate with German durchgehen, West Frisian trochgean and obsolete English thoroughgo. See: German, old spelling 'durchgehen'.

    Verbs referencing "doorgaan"

    German, old spelling durchgehen.

    Additional Information