afgaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afgaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afgaand
Past participle - Verleden deelwoord: afgegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga af
jijgaat af
hijgaat af
wijgaan af
julliegaan af
zijgaan af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben afgegaan
jijbent afgegaan
hijis afgegaan
wijzijn afgegaan
julliezijn afgegaan
zijzijn afgegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging af
jijging af
hijging af
wijgingen af
julliegingen af
zijgingen af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas afgegaan
jijwas afgegaan
hijwas afgegaan
wijwaren afgegaan
julliewaren afgegaan
zijwaren afgegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afgaan
jijzult afgaan
hijzal afgaan
wijzullen afgaan
julliezullen afgaan
zijzullen afgaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgegaan zijn
jijzult afgegaan zijn
hijzal afgegaan zijn
wijzullen afgegaan zijn
julliezullen afgegaan zijn
zijzullen afgegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afgaan
jijzou afgaan
hijzou afgaan
wijzouden afgaan
julliezouden afgaan
zijzouden afgaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgegaan zijn
jijzou afgegaan zijn
hijzou afgegaan zijn
wijzouden afgegaan zijn
julliezouden afgegaan zijn
zijzouden afgegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga af

Verbs conjugated like 'afgaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'afgaan'

aangaan, afslaan, afstaan, begaan, gaan, ingaan, nagaan, omgaan, opgaan, afdalen,

Translations

  • bomb, fail spectacularly
  • flop, to fail completely, not to be successful at all
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afdalen
    aflopen, afzakken
    afstappen
    toegaan
    verlaten
    weggaan

    Sample Sentences

    • [...] dat ik niet wist wat ik zeggen zou, en niet anders riep dan: " Heere, wees mij genadig, Heere, heb medelijden met mij ! " Ik geloof dat ik twee of drie uren lang niets anders deed, tot ik bij het afgaan der koorts in slaap viel, en eerst laat in den nacht wakker werd. Toen ik ontwaakte bevond ik mij veel verkwikt, maar zwak en zeer dorstig; daar ik echter geen water in mijn verblijf had, was ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wilden geweest waren, en verder op ziende, bemerkte ik, dat zij allen in zee waren gestoken en op het vaste land aanhielden. Dit was een vreesselijk gezigt voor mij, vooral toen ik naar het strand afgaande, de blijken kon zien, die zij van hun afschuwelijk werk hadden achtergelaten; namelijk het bloed, de beenderen en een deel menschenvleesch, dat deze rampzaligen daar met vreugde en vrolijkheid [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch afgaen. Equivalent to af + gaan.

    Verbs referencing "afgaan"

    Afrikaans afgaan.

    Additional Information