Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: afgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afgaand
Past participle - Verleden deelwoord: afgegaan
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ga af |
| jij | gaat af |
| hij | gaat af |
| wij | gaan af |
| jullie | gaan af |
| zij | gaan af |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben afgegaan |
| jij | bent afgegaan |
| hij | is afgegaan |
| wij | zijn afgegaan |
| jullie | zijn afgegaan |
| zij | zijn afgegaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | ging af |
| jij | ging af |
| hij | ging af |
| wij | gingen af |
| jullie | gingen af |
| zij | gingen af |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was afgegaan |
| jij | was afgegaan |
| hij | was afgegaan |
| wij | waren afgegaan |
| jullie | waren afgegaan |
| zij | waren afgegaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal afgaan |
| jij | zult afgaan |
| hij | zal afgaan |
| wij | zullen afgaan |
| jullie | zullen afgaan |
| zij | zullen afgaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal afgegaan zijn |
| jij | zult afgegaan zijn |
| hij | zal afgegaan zijn |
| wij | zullen afgegaan zijn |
| jullie | zullen afgegaan zijn |
| zij | zullen afgegaan zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou afgaan |
| jij | zou afgaan |
| hij | zou afgaan |
| wij | zouden afgaan |
| jullie | zouden afgaan |
| zij | zouden afgaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou afgegaan zijn |
| jij | zou afgegaan zijn |
| hij | zou afgegaan zijn |
| wij | zouden afgegaan zijn |
| jullie | zouden afgegaan zijn |
| zij | zouden afgegaan zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'afgaan'
aangaan,
achtergaan,
achternagaan,
achteruitgaan,
afgaan,
begaan,
doorgaan,
gaan,
heengaan,
ingaan,
nagaan,
omgaan,
ondergaan,
ontgaan,
opgaan,
overgaan,
rondgaan,
toegaan,
uitgaan,
vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'afgaan'
aangaan,
afslaan,
afstaan,
begaan,
gaan,
ingaan,
nagaan,
omgaan,
opgaan,
afdalen,
Translations
bomb, fail spectacularly
flop, to fail completely, not to be successful at all
Sample Sentences
-
[...] dat ik niet wist wat ik zeggen zou, en niet anders riep dan: " Heere, wees mij genadig, Heere, heb medelijden met mij ! " Ik geloof dat ik twee of drie uren lang niets anders deed, tot ik bij het afgaan der koorts in slaap viel, en eerst laat in den nacht wakker werd. Toen ik ontwaakte bevond ik mij veel verkwikt, maar zwak en zeer dorstig; daar ik echter geen water in mijn verblijf had, was ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wilden geweest waren, en verder op ziende, bemerkte ik, dat zij allen in zee waren gestoken en op het vaste land aanhielden. Dit was een vreesselijk gezigt voor mij, vooral toen ik naar het strand afgaande, de blijken kon zien, die zij van hun afschuwelijk werk hadden achtergelaten; namelijk het bloed, de beenderen en een deel menschenvleesch, dat deze rampzaligen daar met vreugde en vrolijkheid [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch afgaen. Equivalent to af + gaan.
Verbs referencing "afgaan"
Afrikaans
afgaan.
Additional Information