ophouden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ophouden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ophouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ophoudend
Past participle - Verleden deelwoord: opgehouden

Cognates

See the 3 cognates of ophouden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhoud op; hou op
jijhoudt op
hijhoudt op
wijhouden op
julliehouden op
zijhouden op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgehouden
jijhebt opgehouden
hijheeft opgehouden
wijhebben opgehouden
julliehebben opgehouden
zijhebben opgehouden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhield op
jijhield op
hijhield op
wijhielden op
julliehielden op
zijhielden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgehouden
jijhad opgehouden
hijhad opgehouden
wijhadden opgehouden
julliehadden opgehouden
zijhadden opgehouden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ophouden
jijzult ophouden
hijzal ophouden
wijzullen ophouden
julliezullen ophouden
zijzullen ophouden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgehouden hebben
jijzult opgehouden hebben
hijzal opgehouden hebben
wijzullen opgehouden hebben
julliezullen opgehouden hebben
zijzullen opgehouden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ophouden
jijzou ophouden
hijzou ophouden
wijzouden ophouden
julliezouden ophouden
zijzouden ophouden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgehouden hebben
jijzou opgehouden hebben
hijzou opgehouden hebben
wijzouden opgehouden hebben
julliezouden opgehouden hebben
zijzouden opgehouden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhoud op; hou op

Translations

  • slow, to reduce the speed of
  • finish, to come to an end
  • end, intransitive: be finished, be terminated
  • stop, to not continue
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    stoppen
    uitscheiden
    tegenhouden
    traineren
    bevinden
    vertoeven

    Sample Sentences

    • [...] bij wien hij dezelfde drangredenen had aangevoerd, om hem van zijn vertrek naar het leger in de Nederlanden terug te houden, waar hij zijn dood had gevonden. Hij verzekerde mij, dat hij nimmer zou ophouden voor mijn welzijn te bidden, maar dat hij mij durfde voorspellen, dat, zoo ik den onzinnigen stap, waartoe ik voornemens scheen, uitvoerde, ik niet op ' s Hemels zegen hopen mogt, en dat het [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] als zoo vele zeelieden. De punsch werd gereed gemaakt, en mijn berouw over het verledene en al mijne wijze voornemens voor het toekomende, daarin verdronken. In een woord, gelijk de zee, na het ophouden van den storm, tot hare gewone kalmte terugkeerde, zoo hervatte ik, na bevrijd te zijn van de vrees, om door de zee verzwolgen te worden, mijne gewone wijze van denken, en vergat al de geloften, die [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen de stroom mij aldus meer dan eene mijl ver had gebragt, vond ik dat hij ophield en mij niet verder hielp. Ik vond echter, dat tusschen de twee groote stroomingen, namelijk, die aan de zuidzijde, die mij naar zee gedreven had, en die aan de noordzijde, het water ten westen van [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From op (“up”) + houden (“hold”).

    Verbs referencing "ophouden"

    English uphold, Luxembourgish ophalen, German, old spelling aufhalten.

    Additional Information