zingen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zingen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zingen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zingend
Past participle - Verleden deelwoord: gezongen

Cognates

See the 6 cognates of zingen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzing
jijzingt
hijzingt
wijzingen
julliezingen
zijzingen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezongen
jijhebt gezongen
hijheeft gezongen
wijhebben gezongen
julliehebben gezongen
zijhebben gezongen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzong
jijzong
hijzong
wijzongen
julliezongen
zijzongen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezongen
jijhad gezongen
hijhad gezongen
wijhadden gezongen
julliehadden gezongen
zijhadden gezongen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zingen
jijzult zingen
hijzal zingen
wijzullen zingen
julliezullen zingen
zijzullen zingen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezongen hebben
jijzult gezongen hebben
hijzal gezongen hebben
wijzullen gezongen hebben
julliezullen gezongen hebben
zijzullen gezongen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zingen
jijzou zingen
hijzou zingen
wijzouden zingen
julliezouden zingen
zijzouden zingen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezongen hebben
jijzou gezongen hebben
hijzou gezongen hebben
wijzouden gezongen hebben
julliezouden gezongen hebben
zijzouden gezongen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzing

Translations

  • sing, to produce harmonious sounds with one’s voice
  • chant, sing monophonically without instruments
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    fluiten
    kwelen, kwinkeleren
    ruisen
    suizen

    Sample Sentences

    • [...] hoorde spreken en hem in het gelaat zag, zou het iedereen tot tranen bewogen hebben, die gezien had hoe Vrijdag hem kuste, omhelsde en troetelde, hoe hij schreeuwde, lachte, juichte, sprong, danste, zong, dan weder schreeuwde, de handen wrong, zich op het gelaat en de borst sloeg, en dan weder als een razende danste en sprong. Het duurde eene geruime poos eer ik het zoo ver brengen kon, dat hij tot [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch singen, from Old Dutch singan, from Proto-Germanic *singwaną, from Proto-Indo-European *sengʷʰ-. See: Middle Dutch 'singen', Proto-Germanic '*singwaną'.

    Verbs referencing "zingen"

    English sing, Afrikaans sing, German, Pennsylvania singe, Luxembourgish sangen.

    Additional Information