zinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zinken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zinkend
Past participle - Verleden deelwoord: gezonken

Cognates

See the 4 cognates of zinken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzink
jijzinkt
hijzinkt
wijzinken
julliezinken
zijzinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezonken
jijhebt gezonken
hijheeft gezonken
wijhebben gezonken
julliehebben gezonken
zijhebben gezonken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzonk
jijzonk
hijzonk
wijzonken
julliezonken
zijzonken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezonken
jijhad gezonken
hijhad gezonken
wijhadden gezonken
julliehadden gezonken
zijhadden gezonken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zinken
jijzult zinken
hijzal zinken
wijzullen zinken
julliezullen zinken
zijzullen zinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezonken hebben
jijzult gezonken hebben
hijzal gezonken hebben
wijzullen gezonken hebben
julliezullen gezonken hebben
zijzullen gezonken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zinken
jijzou zinken
hijzou zinken
wijzouden zinken
julliezouden zinken
zijzouden zinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezonken hebben
jijzou gezonken hebben
hijzou gezonken hebben
wijzouden gezonken hebben
julliezouden gezonken hebben
zijzouden gezonken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzink

Translations

  • faint, to sink
  • founder, to sink
  • reside, to sink
  • sag, to sink
  • sink, to sink
  • sink, descend into liquid, etc
  • subside, to fall downward; to become lower; to descend; to sink
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    kelderen
    ondergaan
    verzakken
    verzinken, wegzakken
    vallen
    zakken, zijgen

    Sample Sentences

    • [...] maar toch genoeg om iemand als ik, die nimmer op zee geweest was, angst aan te jagen. Bij elke golf verwachtte ik, dat zij ons zou inzwelgen, en als het schip van voren tot op den bodem der zee zonk, zoo als ik mij verbeeldde, dacht ik, dat het zich nimmer zou opheffen. In deze oogenblikken van angst deed ik menigmaal de gelofte, dat als het God behaagde mij op deze reis te sparen, ik, zoodra [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik niets dan nood. Twee zwaar geladen schepen, digt bij ons, hadden hunne masten tot op het dek gekapt, en de matrozen riepen dat een ander vaartuig, dat op eene mijl ongeveer voor ons lag, aan het zinken was. Twee anderen, die van hunne ankers geslagen waren, waren in zee gedreven, ten speelbal van wind en golven, daar geen hunner een mast had opstaan. De ligtste vaartuigen hadden het minst te [...] (Robinson Crusoe)
    • Tegen den avond verzochten de stuurman en de bootsman den kapitein, dat zij den fokkemast mogten kappen; waartoe hij weinig lust had; doch de bootsman beweerde, dat, zoo het niet gebeurde, het schip zinken moest. Toen het geschied was stond de groote mast zoo los, en gaf het schip zulke geweldige rukken, dat wij verpligt waren dien ook te kappen, en niets op het dek te laten. (Robinson Crusoe)
    • [...] was nog niet gekomen. De storm bleef met zooveel woede aanhouden, dat de zeelieden zelf erkenden nimmer een heviger te hebben bijgewoond. Ons schip was goed, maar het was zwaar geladen, en het zonk zoo diep, dat de matrozen elk oogenblik riepen, dat het naar den bodem zou gaan. De storm was zoodanig, dat ik zag, wat men niet dikwijls ziet, den kapitein, den stuurman, den bootsman, en eenigen [...] (Robinson Crusoe)
    • Wij werkten voort, maar het water klom. Het was blijkbaar, dat wij moesten zinken, en hoewel de storm een weinig bedaard was, was het niet mogelijk dat het schip drijvende kon blijven, totdat wij eene haven konden bereiken. De kapitein bleef derhalve noodseinen doen, en een klein [...] (Robinson Crusoe)
    • Wij hadden geen kwartier ons schip verlaten of wij zagen het zinken. Toen de matrozen zeiden, dat het schip zinkende was, was de moed mij geheel ontzonken, en van het oogenblik af, dat ik meer in de boot gedragen dan geleid werd, bleef ik half dood, deels van [...] (Robinson Crusoe)
    • Wij hadden geen kwartier ons schip verlaten of wij zagen het zinken. Toen de matrozen zeiden, dat het schip zinkende was, was de moed mij geheel ontzonken, en van het oogenblik af, dat ik meer in de boot gedragen dan geleid werd, bleef ik half dood, deels van schrik, deels van ontzetting, deels van vrees, voor [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik kan niet beschrijven welke verwarring van denkbeelden ik gevoelde, toen ik in het water zonk; want schoon ik zeer goed zwem, kon ik mij niet zoo uit de golven opheffen, dat ik adem kon halen, totdat de golf mij een groot eind naar den wal gedragen of liever geworpen hebbende, daar brak en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het leven, als de grootste gunst, die de hemel mij schenken kon, buiten mijn eeuwig heil, zou beschouwd hebben; ik sidderde thans op het denkbeeld van een mensch te zien, en dacht door den grond te zinken voor het zwijgend bewijs, dat een mensch zijn voet op het eiland had gezet. (Robinson Crusoe)
    • Ik dacht in den beginne van verrassing door den grond te zinken, want nu zag ik inderdaad mijne redding zigtbaar voor oogen, alles was in orde, en een goed schip gereed mij te brengen, waarheen ik verlangde. Eerst was ik eenigen tijd niet in staat een woord te [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch sinken, from Old Dutch *sincan, from Proto-West Germanic *sinkwan, from Proto-Indo-European *sengʷ- (“to fall, sink”). See: Middle Dutch 'sinken'.

    Verbs referencing "zinken"

    English sink, German, old spelling sinken, Danish synke, Norwegian synke.

    Additional Information