vatten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vatten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vatten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vattend
Past participle - Verleden deelwoord: gevat

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvat
jijvat
hijvat
wijvatten
jullievatten
zijvatten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevat
jijhebt gevat
hijheeft gevat
wijhebben gevat
julliehebben gevat
zijhebben gevat

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvatte
jijvatte
hijvatte
wijvatten
jullievatten
zijvatten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevat
jijhad gevat
hijhad gevat
wijhadden gevat
julliehadden gevat
zijhadden gevat

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vatten
jijzult vatten
hijzal vatten
wijzullen vatten
julliezullen vatten
zijzullen vatten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevat hebben
jijzult gevat hebben
hijzal gevat hebben
wijzullen gevat hebben
julliezullen gevat hebben
zijzullen gevat hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vatten
jijzou vatten
hijzou vatten
wijzouden vatten
julliezouden vatten
zijzouden vatten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevat hebben
jijzou gevat hebben
hijzou gevat hebben
wijzouden gevat hebben
julliezouden gevat hebben
zijzouden gevat hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvat

Translations

  • bust, (slang) to arrest for a crime
  • collar, to seize, capture or detain
  • apprehend, to understand; to recognize
  • arrest, to take into legal custody
  • arrest, to catch the attention of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanpakken
    beetpakken, grijpen
    begrijpen
    doorhebben, snappen

    Sample Sentences

    • [...] bij het zien en hooren van mijn schot. Velen schenen half dood van vrees en vielen van schrik neder. Doch toen zij het dier dood zagen, en ik hun wees, dat zij naar het water zouden komen, vatten zij moed en begonnen het dier op te zoeken. Aan het bloed, dat op het water opkwam, bespeurde ik waar hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kruid kon vernielen, waarvan naar ik dacht, niet alleen mijne veiligheid, maar ook mijn onderhoud geheel afhing. Ik was volstrekt niet bekommerd over mijn eigen gevaar, schoon, als het kruid vlam gevat had, ik zeer ligt doodelijk getroffen had kunnen worden. (Robinson Crusoe)
    • [...] en verschansen liggen liet, en aan het maken van dozen en kisten ging, om mijn kruid bij kleine gedeelten te bergen, in de hoop, dat, wat er ook gebeuren mogt, het niet alles te gelijk vlam zou vatten, en ik het zoo afgescheiden kon houden, dat het eene het andere niet kon aansteken. Ik bragt hiermede veertien dagen door; en mijn kruid, dat ongeveer 140 [ lb = gewicht ] zal bedragen hebben, had [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hoop, en van dien tijd af, mag ik zeggen, begon ik te hopen dat God mij verhooren zou. Nu begon ik de woorden: " Roep mij aan en ik zal u verlossen, in een geheel anderen zin dan vroeger op te vatten, want ik had geenerlei denkbeeld van eenige andere bevrijding, dan die uit mijne gevangenschap; want schoon ik hier werkelijk ruimte genoeg had, was dit eiland toch voor mij eene gevangenis, in den [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gevangenschap; want schoon ik hier werkelijk ruimte genoeg had, was dit eiland toch voor mij eene gevangenis, in den ongunstigsten zin des woords; maar thans begon ik dit op eene andere wijze op te vatten. Nu zag ik met zulk een afschuw op mijn vorig leven terug, en kwamen mijne zonden mij zoo vreesselijk voor, dat mijne ziel van God alleen bevrijding smeekte van den last der schuld, die mij geheel [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ? — Schoon ik dus God niet dankte, dat ik mij hier bevond, dankte ik hem toch opregt, dat Hij door mijne tegenspoeden mij mijn vorig leven had doen inzien en tot berouw over hetzelve gebragt. Nimmer vatte ik den Bijbel op, of ik dankte God, dat Hij mijn vriend in Engeland dien zonder mijn orders onder mijne goederen had doen pakken, en mij dien naderhand uit het wrak laten redden. (Robinson Crusoe)
    • [...] veertig (Eng. ) mijlen ver af lag. De kleinte van mijn boot droeg er ook toe bij, aan dat voornemen een einde te maken, en eindelijk dacht ik er niet meer aan. Maar daar ik nu eene boot had, vatte ik thans het voornemen op eene reis rondom mijn eiland te maken. Ik was, gelijk ik verhaald heb, toen ik het eiland dwars doorgetrokken was, op eene plaats aan de andere zijde geweest, en mijne op [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] nagelaten hem de eerste begrippen der godsdienst in te prenten; zoo vroeg ik hem eens wie hem geschapen had. De arme knaap begreep mij volstrekt niet, maar dacht, dat ik vroeg wie zijn vader was. Ik vatte dus de zaak anders aan, wees hem op de zee, den grond waarop hij trad, de heuvels en de bosschen. Hij zeide, dat dit gemaakt was door den ouden Benamoekie, die verder dan alle menschen woonde. Hij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hem vrijstond hen aan te vallen, was dit niet bij mij het geval. Deze gedachten kwamen mij zoo levendig voor den geest, terwijl ik op weg naar hen toe was, dat ik besloot in hunne nabijheid post te vatten, en dan te handelen zoo als God mij zou aanwijzen; maar zoo ik geen duidelijker roeping dan thans ontving, mij niet met hen in te laten. (Robinson Crusoe)
    • Daar er echter na eene poos geene kanoes kwamen opdagen, sleet de vrees voor hunne komst uit, en ik begon mijne vroegere denkbeelden van een togt naar het vaste land weder op te vatten, daar nu ook Vrijdags vader mij verzekerd had, dat ik door hem op een goed onthaal bij zijn volk mogt rekenen als ik daarheen ging. Echter schorste ik mijn voornemen eenigen tijd op, na een ernstig [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. From earlier vaten, from Middle Dutch vāten, from Old Dutch *faton, from Proto-West Germanic *fatōn, from Proto-Germanic *fatōną. By surface analysis, vat (“vat, keg, vessel”) + -en.
    2. The short vowel, which appears from the 15th century, is usually explained through influence of the underlying noun vat (plural vaten). However, one may object to this that verb and noun are usually not closely associated. An alternative theory derives it from the contracted preterite vatte (from earlier vātede), in which the vowel would have been reshortened because of the following geminate. In this case, the objection is that the same did not happen in any other verb (like haten etc.). Finally, an intensive derivation is also imaginable (cf. pairs such as schrapen ~ schrappen). See: Old Dutch '*faton', Proto-Germanic '*fatōną'.

    Verbs referencing "vatten"

    Afrikaans vat, Norwegian, nynorsk fata, English fetch, English fet, Swedish fatta, Danish fatte, Luxembourgish faassen, Cimbrian vassan.

    Additional Information