lijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lijdend
Past participle - Verleden deelwoord: geleden

Cognates

See the 5 cognates of lijden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklijd
jijlijdt
hijlijdt
wijlijden
jullielijden
zijlijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geleden
jijhebt geleden
hijheeft geleden
wijhebben geleden
julliehebben geleden
zijhebben geleden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleed
jijleed
hijleed
wijleden
jullieleden
zijleden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geleden
jijhad geleden
hijhad geleden
wijhadden geleden
julliehadden geleden
zijhadden geleden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lijden
jijzult lijden
hijzal lijden
wijzullen lijden
julliezullen lijden
zijzullen lijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geleden hebben
jijzult geleden hebben
hijzal geleden hebben
wijzullen geleden hebben
julliezullen geleden hebben
zijzullen geleden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lijden
jijzou lijden
hijzou lijden
wijzouden lijden
julliezouden lijden
zijzouden lijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geleden hebben
jijzou geleden hebben
hijzou geleden hebben
wijzouden geleden hebben
julliezouden geleden hebben
zijzouden geleden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlijd

Translations

  • anguish, suffer pain
  • suffer, undergo hardship
  • suffer, feel pain
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ondergaan
    ondervinden
    doorstaan
    uithouden, verduren
    dulden
    gedogen, toelaten, toestaan, vergunnen
    mogen
    verdragen

    Sample Sentences

    • [...] was. Twee anderen, die van hunne ankers geslagen waren, waren in zee gedreven, ten speelbal van wind en golven, daar geen hunner een mast had opstaan. De ligtste vaartuigen hadden het minst te lijden, doch van deze sloegen eenigen los en kwamen digt langs ons heen, terwijl zij met de fok alleen bijgezet, voor den wind afliepen. (Robinson Crusoe)
    • [...] voor mij lag een kleine inham, waar eene sterke strooming inliep; dus stuurde ik mijn vlot zoo goed ik kon, om het midden van den stroom te houden. Hier had ik bijkans ten tweeden male schipbreuk geleden, hetgeen mij het hart zou gebroken hebben. Daar ik niets van de kust wist, geraakte mijn vlot aan het eene einde op eene zandbank vast, en daar het andere einde vlot was, scheelde het weinig, of al [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het goede tegenover het kwade, om mijn toestand van een nog ergeren te onderscheiden. Ik stelde dan zeer onpartijdig, als debiteur en crediteur, het goede, dat ik genoot, tegenover de rampen, die ik leed; op deze wijze: (Robinson Crusoe)
    • [...] ik op zee door den Portugeschen kapitein gered en opgenomen, goed verzorgd, billijk en liefderijk behandeld werd; gevoelde ik niet de minste dankbaarheid jegens God; en toen ik op nieuw schipbreuk leed, en uit de kaken des doods gered, op dit eiland werd geworpen, was ik ver af van eenige wroeging, of van dit als eene straf des Hemels te beschouwen; alleen zeide ik dikwijls tot mijzelven, dat ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] moesten worden, dat gewoonlijk mijn avonduitspanning was, en de arme dieren moesten er veel ongemak van hebben. Ook droogde de melk bij eenigen er van schier geheel op, en velen hadden er van geleden. Ik begon dus mij op te beuren met de gedachte, dat ik den afdruk van mijn eigen voet gezien had, en dus voor mijn eigen schim bang was, en ging weder uit om mijne geiten te melken. Maar zoo men mij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] in de hand, en stoof daarmede gewapend, de grot in. Ik had nog geen drie stappen gedaan, of ik schrikte weder even hevig als vroeger, want ik hoorde een luid steenen, als van iemand, die zware pijn lijdt, dan weder een dof geluid, als of men binnen ' s monds sprak, gevolgd door een diepen zucht. Ik trad terug en was zoo ontsteld, dat het koude zweet mij uitbrak, en had ik een hoed op gehad, dan [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zij mij liefhadden. Daarop verhaalde hij mij zoo goed hij kon, hoe welgezind zij waren jegens die zeventien blanken of gebaarde mannen, gelijk hij ze noemde, die daar op het strand schipbreuk hadden geleden. Ik moet bekennen, dat ik, van dit oogenblik af begon te verlangen om een overtogt te wagen, en te zien of ik welligt bij die gebaarde mannen komen kon, die ik niet twijfelde, dat Spanjaarden of [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. From Middle Dutch liden, from Old Dutch līthan, from Proto-West Germanic *līþan, from Proto-Germanic *līþaną.
    2. The sense developed from “go, travel” via “endure” to “suffer”, under the influence of the originally unrelated noun leed (“sorrow”) and from the verb Middle Dutch leiden, leden, from Old Dutch *lēthen, *lēthon, from Proto-West Germanic *laiþēn, *laiþijan. See the same in German leiden. See: Middle Dutch 'liden', Proto-Germanic '*līþaną', Middle Dutch 'leiden', German, old spelling 'leiden'.

    Verbs referencing "lijden"

    German, old spelling leiden, Luxembourgish leiden, Alemannic German liide, Middle English liþen.

    Additional Information