aansnijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aansnijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aansnijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aansnijdend
Past participle - Verleden deelwoord: aangesneden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnijd aan
jijsnijdt aan
hijsnijdt aan
wijsnijden aan
julliesnijden aan
zijsnijden aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangesneden
jijhebt aangesneden
hijheeft aangesneden
wijhebben aangesneden
julliehebben aangesneden
zijhebben aangesneden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksneed aan
jijsneed aan
hijsneed aan
wijsneden aan
julliesneden aan
zijsneden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangesneden
jijhad aangesneden
hijhad aangesneden
wijhadden aangesneden
julliehadden aangesneden
zijhadden aangesneden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aansnijden
jijzult aansnijden
hijzal aansnijden
wijzullen aansnijden
julliezullen aansnijden
zijzullen aansnijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangesneden hebben
jijzult aangesneden hebben
hijzal aangesneden hebben
wijzullen aangesneden hebben
julliezullen aangesneden hebben
zijzullen aangesneden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aansnijden
jijzou aansnijden
hijzou aansnijden
wijzouden aansnijden
julliezouden aansnijden
zijzouden aansnijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangesneden hebben
jijzou aangesneden hebben
hijzou aangesneden hebben
wijzouden aangesneden hebben
julliezouden aangesneden hebben
zijzouden aangesneden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnijd aan

Translations

  • broach, begin discussion about
  • open, to bring up (a topic)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanroeren
    aanstippen, reppen

    Sample Sentences

    • Aan het einde van de ceremonie werd de taart aangesneden. (At the end of the ceremony, the first piece of the cake was cut.)

    Etymology

    From aan + snijden.

    Additional Information