blijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of blijken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: blijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: blijkend
Past participle - Verleden deelwoord: gebleken

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

hijblijkt

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

hijheeft gebleken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

hijbleek

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

hijhad gebleken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

hijzal blijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

hijzal gebleken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

hijzou blijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

hijzou gebleken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

Translations

  • appear, to become visible to the apprehension of the mind
  • prove, to turn out; to manifest
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] naar binnen haalde. Aldus was ik, naar ik dacht, volkomen ingesloten en verschanst voor iedereen, en sliep dus des nachts gerust, hetgeen ik anders niet had kunnen doen; schoon, gelijk naderhand bleek, al deze voorzorgen voor de vijanden die ik vreesde, noodeloos waren. (Robinson Crusoe)
    • Gelijk ik zeide, ik vond pennen, inkt en papier, en was daar zoo zuinig op, als mogelijk; en het zal den lezer blijken, dat ik, zoo lang mijne inkt duurde, alles zeer naauwkeurig opteekende, maar toen deze op was, was dit onmogelijk, want ik kon geene inkt maken, wat ik ook verzon. Dit herinnert mij, dat mij nog [...] (Robinson Crusoe)
    • Over het geheel blijkt het uit deze balans duidelijk, dat er naauwelijks eenige toestand in de wereld zoo rampzalig is, dat men niet, hetzij, om het gemis van eenig kwaad, hetzij, om het bezit van eenig goed, dankbaar [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dien ik gezien had, hetgeen echter niet uit hare schaarschheid voortsproot, want ware ik aan de andere zijde van het eiland geweest, dan had ik ze bij honderden kunnen vinden, gelijk naderhand bleek, doch ze dan misschien duur genoeg moeten betalen. (Robinson Crusoe)
    • [...] volgenden dag was; ja, ik geloof zelfs, dat ik nog een dag en een nacht langer sliep, want anders weet ik niet hoe ik uit mijne rekening een dag had kunnen verliezen, gelijk het eenige jaren later bleek, dat ik gedaan had, want had ik een verkeerd merk op mijn almanak gezet, dan zou ik meer dagen verloren hebben. Dit zij zoo het wil, toen ik wakker werd was ik uiterst verkwikt, en mijn geest vlug [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik beter zou doen het niet alles te gelijk te zaaijen, omdat ik niet wist of het de geschikte tijd er toe was; dus zaaide ik ongeveer twee derde gedeelten, en hield van ieder eene hand vol over. Het bleek naderhand, dat het zeer gelukkig was dat ik dit gedaan had, want van al wat ik gezaaid had, schoot thans niets op, zoo lang de thans volgende drooge maanden duurden; doch toen het natte jaargetijde [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wezen is de mensch, en door welke bedekte springveren komen zijne hartstogten in werking ? Wat wij heden beminnen, zullen wij morgen haten; heden zoeken wij wat wij morgen zullen ontvlugten. Dit bleek thans ten duidelijkste aan mij. Mijne eenigste droefenis was, dat ik, als het ware, van alle menschelijke gezelschap verbannen was, ik die alleen en van het geheele menschdom door den grenzenloozen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] had veroorzaakt. Ik kon echter mij zelven hiervan niet geheel overtuigen, dus besloot ik naar het strand te gaan, om dien voetstap met den mijnen te vergelijken. Toen ik echter op de plaats kwam, bleek het mij duidelijk, dat ik daar niet geweest was bij het vastleggen van de boot. Ten tweede was de voet veel grooter en breeder dan de mijne. Dit alles deed mijn angst weder stijgen, zoodat ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het vreesselijkst is, toch het eenigste middel is om ons uit onze ongelukken te redden. Ik zou uit mijn buitengewonen levensloop vele voorbeelden tot staving hiervan kunnen aanhalen; maar nergens bleek dit duidelijker in dan in de omstandigheden, die de laatste jaren van mijn verblijf alhier kenmerkten. (Robinson Crusoe)
    • [...] en liet alles tot asch verbranden. Ik bemerkte, dat Vrijdag grooten trek naar het vleesch had, en van aard nog een menscheneter was, maar ik liet bij den minsten schijn daarvan zoo veel afschuw blijken, dat hij het niet durfde te kennen geven, want ik had hem beduid, dat als hij het durfde doen, ik hem zou doodslaan. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bliken, from Old Dutch *blīcan, from Proto-West Germanic *blīkan, from Proto-Germanic *blīkaną (“to shine, gleam”), *blīkijaną. See: Middle Dutch 'bliken', Proto-Germanic '*blīkaną'.

    Verbs referencing "blijken"

    Luxembourgish bleechen.

    Additional Information