vergeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergeven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergevend
Past participle - Verleden deelwoord: vergeven

Cognates

See the 6 cognates of vergeven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergeef
jijvergeeft
hijvergeeft
wijvergeven
jullievergeven
zijvergeven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergeven
jijhebt vergeven
hijheeft vergeven
wijhebben vergeven
julliehebben vergeven
zijhebben vergeven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergaf
jijvergaf
hijvergaf
wijvergaven
jullievergaven
zijvergaven

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergeven
jijhad vergeven
hijhad vergeven
wijhadden vergeven
julliehadden vergeven
zijhadden vergeven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergeven
jijzult vergeven
hijzal vergeven
wijzullen vergeven
julliezullen vergeven
zijzullen vergeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergeven hebben
jijzult vergeven hebben
hijzal vergeven hebben
wijzullen vergeven hebben
julliezullen vergeven hebben
zijzullen vergeven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergeven
jijzou vergeven
hijzou vergeven
wijzouden vergeven
julliezouden vergeven
zijzouden vergeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergeven hebben
jijzou vergeven hebben
hijzou vergeven hebben
wijzouden vergeven hebben
julliezouden vergeven hebben
zijzouden vergeven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergeef

Translations

  • absolve, to set free
  • absolve, to pronounce free or give absolution
  • absolve, theology: to pronounce free or give absolution from sin
  • bail, to set free
  • condone, to forgive
  • condone, to forgive marital infidelity
  • deliver, to set free
  • excuse, forgive, pardon
  • forgive, transitive, to pardon
  • pardon, to forgive
  • remit, to forgive, pardon
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch vergēven, from Old Dutch *fargevan, from Proto-Germanic *fragebaną.

    Verbs referencing "vergeven"

    English forgive, Old English forgiefan, Icelandic fyrirgefa, German, old spelling vergeben, Luxembourgish verginn.

    Additional Information