sorteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sorteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sorteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sorterend
Past participle - Verleden deelwoord: gesorteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksorteer
jijsorteert
hijsorteert
wijsorteren
julliesorteren
zijsorteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesorteerd
jijhebt gesorteerd
hijheeft gesorteerd
wijhebben gesorteerd
julliehebben gesorteerd
zijhebben gesorteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksorteerde
jijsorteerde
hijsorteerde
wijsorteerden
julliesorteerden
zijsorteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesorteerd
jijhad gesorteerd
hijhad gesorteerd
wijhadden gesorteerd
julliehadden gesorteerd
zijhadden gesorteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sorteren
jijzult sorteren
hijzal sorteren
wijzullen sorteren
julliezullen sorteren
zijzullen sorteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesorteerd hebben
jijzult gesorteerd hebben
hijzal gesorteerd hebben
wijzullen gesorteerd hebben
julliezullen gesorteerd hebben
zijzullen gesorteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sorteren
jijzou sorteren
hijzou sorteren
wijzouden sorteren
julliezouden sorteren
zijzouden sorteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesorteerd hebben
jijzou gesorteerd hebben
hijzou gesorteerd hebben
wijzouden gesorteerd hebben
julliezouden gesorteerd hebben
zijzouden gesorteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsorteer

Translations

  • collate, assemble something in a logical sequence
  • collate, sort multiple copies of printed documents into sequences of individual page order
  • sort, separate according to certain criteria
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ordenen
    schiften, uitzoeken

    Sample Sentences

    Etymology

    From soort + -eren, after French assortir. See: French 'assortir'.

    Additional Information