Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: slaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slaand
Past participle - Verleden deelwoord: geslagen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | sla |
| jij | slaat |
| hij | slaat |
| wij | slaan |
| jullie | slaan |
| zij | slaan |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geslagen |
| jij | hebt geslagen |
| hij | heeft geslagen |
| wij | hebben geslagen |
| jullie | hebben geslagen |
| zij | hebben geslagen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | sloeg |
| jij | sloeg |
| hij | sloeg |
| wij | sloegen |
| jullie | sloegen |
| zij | sloegen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geslagen |
| jij | had geslagen |
| hij | had geslagen |
| wij | hadden geslagen |
| jullie | hadden geslagen |
| zij | hadden geslagen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal slaan |
| jij | zult slaan |
| hij | zal slaan |
| wij | zullen slaan |
| jullie | zullen slaan |
| zij | zullen slaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geslagen hebben |
| jij | zult geslagen hebben |
| hij | zal geslagen hebben |
| wij | zullen geslagen hebben |
| jullie | zullen geslagen hebben |
| zij | zullen geslagen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou slaan |
| jij | zou slaan |
| hij | zou slaan |
| wij | zouden slaan |
| jullie | zouden slaan |
| zij | zouden slaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geslagen hebben |
| jij | zou geslagen hebben |
| hij | zou geslagen hebben |
| wij | zouden geslagen hebben |
| jullie | zouden geslagen hebben |
| zij | zouden geslagen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'slaan'
aanslaan,
achteroverslaan,
afslaan,
beslaan,
dichtslaan,
doodslaan,
flauwslaan,
gadeslaan,
inslaan,
naslaan,
omslaan,
ontslaan,
opslaan,
overslaan,
slaan,
Verbs similar to 'slaan'
staan,
afslaan,
beslaan,
gaan,
inslaan,
naslaan,
omslaan,
opslaan,
slagen,
slapen,
Translations
beat, to hit, to knock, to pound, to strike
beat, to mix food
best, to beat
bruise, strike (a person), giving them a bruise
clout, hit, especially with the fist
club, to hit with a club
hit, to hit
strike, to hit
strike, to manufacture by stamping
whack, to hit, slap or strike
Sample Sentences
-
[...] niets zou zijn in vergelijking van de eerste. Maar toen ik den kapitein zelf hoorde zeggen, dat wij allen in gevaar waren van te vergaan, gevoelde ik een ontzettenden angst. Ik vloog uit de kajuit, sloeg de oogen rondom mij en zag een allerverschrikkelijkst schouwspel. De golven gingen berghoog, en braken om de drie of vier minuten over ons schip. Waar ik de oogen wendde zag ik niets dan nood. Twee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] werken, maar zou te gelijker tijd het scheepswerk geleerd, en mij voor onder- of opperstuurman, of zelfs voor kapitein bekwaam gemaakt hebben. Maar steeds was het mijn lot den verkeerden weg in te slaan, zoo als ook hier geschiedde. Ik had nu geld op zak en goede kleederen aan, en wilde dus altijd als een heer scheep gaan; hier had ik niets te doen en leerde dus ook niets.
(Robinson Crusoe)
-
[...] alle zeilen bijgezet. Wij zetten ook zoo veel zeilen bij als wij konden voeren; doch bespeurende, dat de roover op ons won en ons zeker binnen weinige uren bereiken zou, maakten wij ons gereed om te slaan. Wij hadden twaalf stukken en de roover achttien. Tegen drie uren des middags was hij bij ons; maar daar hij door een misslag ons op zijde kwam, in plaats van achter onzen spiegel, bragten wij acht [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de verscheurende dieren zelden anders dan des nachts te voorschijn; ten tweede waren de Negers, vooral de vrouwen, doodelijk verschrikt. De man die de lans droeg hield stand, maar al de overigen sloegen op de vlugt. Echter liepen de dieren regt op de zee aan, zonder er aan te denken de Negers aan te vallen, en sprongen in het water, naar het scheen, om zich te verfrisschen. Ten laatste kwam een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik hun wees, dat zij naar het water zouden komen, vatten zij moed en begonnen het dier op te zoeken. Aan het bloed, dat op het water opkwam, bespeurde ik waar hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op strand. Het was een bijzonder gevlekte en schoone luipaard, en de Negers hieven van verbazing, dat ik hem gedood had, de handen omhoog.
(Robinson Crusoe)
-
Ten dien einde veranderden wij van koers en stuurden N.W. ten W., ten einde een der Engelsche eilanden te bereiken. Maar onze reis was anders bepaald, want op 12°, 15 ' breedte gekomen, sloeg een tweede storm ons even geweldig westwaarts, en voerde ons buiten alle handelswegen van beschaafde volkeren. Zoo dus al ons leven op zee gespaard werd, hadden wij meer kans van door wilden [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] op een morgen: " Land ! " en naauwelijks waren wij uit de kajuit gekomen, in de hoop van te kunnen zien in wat hoek van de wereld wij waren, of het schip stiet op eene zandbank, en in een oogenblik sloeg de zee er zoo geweldig over heen, dat wij alle oogenblikken dachten te vergaan, en wij naar omlaag moesten gaan, om ons voor de golven te beschutten. Iemand, die zoo iets nimmer bijgewoond heeft, [...]
(Robinson Crusoe)
-
In dezen nood sloeg de stuurman het eerst handen aan het werk, en bragt met hulp van het volk, de boot uit, en wij gingen allen er in, lieten de vanglijn los, en ons op Gods genade drijven, want de zee ging nog [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dan de zee. Na, naar gissing, ongeveer anderhalve mijl roeijens of liever drijvens, kwam eene geweldige zee achter ons aan rollen, en gaf ons duidelijk te kennen, dat dit onze genadeslag was. Zij sloeg met zoo veel geweld over ons heen, dat de boot dadelijk omsloeg, en ons zoo wel van de boot als van elkander scheidde, zoo dat wij naauwelijks konden uitroepen: " o, God ! " want wij waren in een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] mijn adem in te houden, en als ik kon mij boven water te houden, en zoo, door te zwemmen, mij zoo mogelijk naar de kust te laten brengen. Mijne grootste vrees was dat de zee, die mij op het strand sloeg, mij, als zij terug liep, weder in zee mogt slepen.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch slaen, from Old Dutch slān, from Proto-West Germanic *slahan, from Proto-Germanic *slahaną. See: Middle Dutch '
slaen', Proto-Germanic '
*slahaną'.
Verbs referencing "slaan"
Old English
slean, German, old spelling
schlagen, Luxembourgish
schloen, Middle High German
slahen, Alemannic German
schlaa.
Additional Information