concluderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of concluderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: concluderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: concluderend
Past participle - Verleden deelwoord: geconcludeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconcludeer
jijconcludeert
hijconcludeert
wijconcluderen
jullieconcluderen
zijconcluderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconcludeerd
jijhebt geconcludeerd
hijheeft geconcludeerd
wijhebben geconcludeerd
julliehebben geconcludeerd
zijhebben geconcludeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconcludeerde
jijconcludeerde
hijconcludeerde
wijconcludeerden
jullieconcludeerden
zijconcludeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconcludeerd
jijhad geconcludeerd
hijhad geconcludeerd
wijhadden geconcludeerd
julliehadden geconcludeerd
zijhadden geconcludeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal concluderen
jijzult concluderen
hijzal concluderen
wijzullen concluderen
julliezullen concluderen
zijzullen concluderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconcludeerd hebben
jijzult geconcludeerd hebben
hijzal geconcludeerd hebben
wijzullen geconcludeerd hebben
julliezullen geconcludeerd hebben
zijzullen geconcludeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou concluderen
jijzou concluderen
hijzou concluderen
wijzouden concluderen
julliezouden concluderen
zijzouden concluderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconcludeerd hebben
jijzou geconcludeerd hebben
hijzou geconcludeerd hebben
wijzouden geconcludeerd hebben
julliezouden geconcludeerd hebben
zijzouden geconcludeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconcludeer

Translations

  • conclude, to end
  • end, to end
  • infer, to introduce as a reasoned conclusion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afleiden
    besluiten, deduceren, opmaken

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch concluderen, from Middle French concluder, from Latin conclūdō. See: Latin 'conclūdō'.

    Additional Information