voeden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of voeden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: voeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: voedend
Past participle - Verleden deelwoord: gevoed

Cognates

See the 8 cognates of voeden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvoed
jijvoedt
hijvoedt
wijvoeden
jullievoeden
zijvoeden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevoed
jijhebt gevoed
hijheeft gevoed
wijhebben gevoed
julliehebben gevoed
zijhebben gevoed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvoedde
jijvoedde
hijvoedde
wijvoedden
jullievoedden
zijvoedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevoed
jijhad gevoed
hijhad gevoed
wijhadden gevoed
julliehadden gevoed
zijhadden gevoed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal voeden
jijzult voeden
hijzal voeden
wijzullen voeden
julliezullen voeden
zijzullen voeden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevoed hebben
jijzult gevoed hebben
hijzal gevoed hebben
wijzullen gevoed hebben
julliezullen gevoed hebben
zijzullen gevoed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou voeden
jijzou voeden
hijzou voeden
wijzouden voeden
julliezouden voeden
zijzouden voeden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevoed hebben
jijzou gevoed hebben
hijzou gevoed hebben
wijzouden gevoed hebben
julliezouden gevoed hebben
zijzouden gevoed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvoed

Translations

  • feed, to give food to eat
  • power, to provide power for
  • juice, to energize
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] eene kom van klei, in de zon gedroogd, en een pit van eiken schors daarin brandde. Te midden van mijn arbeid kwam mij een zakje in de hand, waarin koorn was geweest, om het vorige gevogelte mede te voeden, ik denk toen het schip van Lissabon kwam. Wat er in overgebleven was, hadden de ratten opgegeten, en ik zag niets in den zak dan stof en vuilnis, en daar ik het zakje wilde gebruiken (ik denk om [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] lang voor zij wilden eten, maar door haar eenig rijp graan voor te werpen haalde ik ze er toe over en zij begonnen tam te worden. En nu begreep ik dat als ik mij zelven met geitenvleesch wilde voeden, wanneer mijn kruid en lood op zou zijn, het eenigste middel hiertoe was eenige tamme aan te fokken, wanneer ik ze misschien, als eene schaapskudde rondom mijne woning zou kunnen laten weiden. Ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] denkbeelden, en het voornemen om er twintig of dertig over de kling te jagen, was opgevuld; de afschuw, dien ik voor de plek had, en de blijken, dat de barbaren elkander verslonden hadden, voedden mijne woede. Ik vond dan ook eindelijk eene plek in de zijde van den heuvel, waar ik begreep veilig te kunnen wachten, tot ik eenige hunner booten zag aankomen, als wanneer ik, zelfs voor dat zij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] De godsdienst sterkte mij in dit voorzigtig besluit, en ik was thans door verschillende redenen overtuigd, dat ik geheel en al mijn pligt te buiten ging, als ik zulke bloeddorstige ontwerpen bleef voeden, om onschuldige wezens te dooden; ik bedoel onschuldig jegens mij. Met de misdaden, waaraan zij zich jegens elkander schuldig maakten, had ik niets te maken; het waren hunne zeden, en ik moest die [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] geloofde wel niet, dat de wilden het eiland al dien tijd aanhoudend bezocht hadden, en er honderden malen aan wal geweest waren; maar daar ik er toen niets van wist en dus volstrekt geene vrees voor voeden kon, was ik volkomen gerust, schoon het gevaar even eens was; en bij mijne onbekendheid met hetzelve was ik even welgemoed alsof ik er in het geheel niet aan blootgesteld was. Dit bragt mij op [...] (Robinson Crusoe)
    • Terwijl ik op weg was, kwamen mijne vroegere bezwaren bij mij op en mijn besluit begon te wankelen. Ik wil niet zeggen, dat ik eenige vrees voor hun aantal voedde; want daar zij naakt en ongewapend waren, was ik gewis de overhand te hebben, al ware ik geheel alleen geweest. Maar ik bedacht welke roeping, welke reden ik had, laat staan welke noodzakelijkheid [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ernstige raadgevingen der weduwe weêrhielden mij zeven jaren lang hiervan, gedurende welken tijd ik twee neven, kinderen van een mijner broeders, naar mij nam. De oudste, die eenig vermogen bezat, voedde ik als een heer op, en vermaakte hem een deel van mijne bezittingen; den jongste gaf ik aan een scheepskapitein mede, en toen hij na vijf jaren een knap, bedaard en ondernemend jongman was, plaatste [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch voeden, from Old Dutch *fuoden, from Proto-West Germanic *fōdijan, from Proto-Germanic *fōdijaną, ultimately from Proto-Indo-European *peh₂-. See: Proto-Germanic '*fōdijaną'.

    Verbs referencing "voeden"

    English feed, Swedish föda, Old English fedan, Danish føde, Norwegian føde.

    Additional Information