meespelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of meespelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: meespelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: meespelend
Past participle - Verleden deelwoord: meegespeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspeel mee
jijspeelt mee
hijspeelt mee
wijspelen mee
julliespelen mee
zijspelen mee

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb meegespeeld
jijhebt meegespeeld
hijheeft meegespeeld
wijhebben meegespeeld
julliehebben meegespeeld
zijhebben meegespeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspeelde mee
jijspeelde mee
hijspeelde mee
wijspeelden mee
julliespeelden mee
zijspeelden mee

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad meegespeeld
jijhad meegespeeld
hijhad meegespeeld
wijhadden meegespeeld
julliehadden meegespeeld
zijhadden meegespeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal meespelen
jijzult meespelen
hijzal meespelen
wijzullen meespelen
julliezullen meespelen
zijzullen meespelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal meegespeeld hebben
jijzult meegespeeld hebben
hijzal meegespeeld hebben
wijzullen meegespeeld hebben
julliezullen meegespeeld hebben
zijzullen meegespeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou meespelen
jijzou meespelen
hijzou meespelen
wijzouden meespelen
julliezouden meespelen
zijzouden meespelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou meegespeeld hebben
jijzou meegespeeld hebben
hijzou meegespeeld hebben
wijzouden meegespeeld hebben
julliezouden meegespeeld hebben
zijzouden meegespeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspeel mee

Translations

  • play, participate in (a sport or game)
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De topscorer kon die wedstrijd wegens een blessure niet meespelen. (The top scorer could not play in that match due to an injury.)
    • Er speelde mee dat ik er al mensen kende. (It played a part that I already knew people there.)

    Etymology

    From mee (“with”) + spelen (“play”).

    Additional Information