afspelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afspelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afspelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afspelend
Past participle - Verleden deelwoord: afgespeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspeel af
jijspeelt af
hijspeelt af
wijspelen af
julliespelen af
zijspelen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgespeeld
jijhebt afgespeeld
hijheeft afgespeeld
wijhebben afgespeeld
julliehebben afgespeeld
zijhebben afgespeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspeelde af
jijspeelde af
hijspeelde af
wijspeelden af
julliespeelden af
zijspeelden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgespeeld
jijhad afgespeeld
hijhad afgespeeld
wijhadden afgespeeld
julliehadden afgespeeld
zijhadden afgespeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afspelen
jijzult afspelen
hijzal afspelen
wijzullen afspelen
julliezullen afspelen
zijzullen afspelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgespeeld hebben
jijzult afgespeeld hebben
hijzal afgespeeld hebben
wijzullen afgespeeld hebben
julliezullen afgespeeld hebben
zijzullen afgespeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afspelen
jijzou afspelen
hijzou afspelen
wijzouden afspelen
julliezouden afspelen
zijzouden afspelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgespeeld hebben
jijzou afgespeeld hebben
hijzou afgespeeld hebben
wijzouden afgespeeld hebben
julliezouden afgespeeld hebben
zijzouden afgespeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspeel af

Translations

  • play, use a device to watch or listen to the indicated recording
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    gebeuren
    plaatsvinden, voorvallen
    afdraaien
    draaien, spelen

    Sample Sentences

    • Achter de schermen speelt zich nog veel meer af dan je normaal ziet. (Behind the screens, a lot more happens than you normally see.)
    • Deze film speelt zich in 1947 af. (This film takes place in 1947.)

    Etymology

    From af + spelen.

    Additional Information