lopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lopend
Past participle - Verleden deelwoord: gelopen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop
jijloopt
hijloopt
wijlopen
jullielopen
zijlopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelopen
jijhebt gelopen
hijheeft gelopen
wijhebben gelopen
julliehebben gelopen
zijhebben gelopen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikliep
jijliep
hijliep
wijliepen
jullieliepen
zijliepen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelopen
jijhad gelopen
hijhad gelopen
wijhadden gelopen
julliehadden gelopen
zijhadden gelopen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lopen
jijzult lopen
hijzal lopen
wijzullen lopen
julliezullen lopen
zijzullen lopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelopen hebben
jijzult gelopen hebben
hijzal gelopen hebben
wijzullen gelopen hebben
julliezullen gelopen hebben
zijzullen gelopen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lopen
jijzou lopen
hijzou lopen
wijzouden lopen
julliezouden lopen
zijzouden lopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelopen hebben
jijzou gelopen hebben
hijzou gelopen hebben
wijzouden gelopen hebben
julliezouden gelopen hebben
zijzouden gelopen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop

Verbs similar to 'lopen'

dopen, kopen, loden, logen, lonen, loven, nopen, blozen, bomen, doden,

Translations

  • run, to move quickly on two feet
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    gaan
    ijsberen, kuieren, schrijden, slenteren, voortbewegen, wandelen
    bestaan
    vertonen
    hardlopen
    hollen, rennen, snellen
    stromen
    vloeien
    functioneren
    werken

    Sample Sentences

    • [...] dit gebeurde, zag de kapitein eenige ligte kolenschepen, die niet in staat zijnde den storm uit te rijden, hunne ankers hadden laten glippen en naar zee gingen, terwijl zij digt langs ons heen liepen. Hij gaf last een noodschot te doen. Ik, die niet wist wat dit beteekende, dacht dat het schip in tweeën scheurde, of iets dergelijks; kortom ik ontstelde zoo, dat ik in flaauwte viel. Iedereen had [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te bouwen, even als van een tentjagtje, van achteren met een stuurstoel en van voren plaats voor een paar man, om de zeilen te hanteren. Deze boot voerde een latijn- of driehoekig zeil, en de giek liep over de tent, waarin hij met een paar slaven zitten en slapen kon, en een tafel had om aan te eten en eenige kastjes, om eenige flesschen drank, benevens rijst, brood en koffij te bewaren. (Robinson Crusoe)
    • [...] van te maken, met een pak garen, eene bijl, een zaag, en een hamer, ' t geen ons alles naderhand voortreffelijk te pas kwam, vooral het was. Ik spande mijn makker nog een strik, naar hij argeloos in liep. " Muley, " zeide ik, " de geweren van onzen meester zijn aan boord; zoo gij wat kruid en lood verschaffen kondt, zouden wij misschien voor ons eenige alkamis (eene soort van wulpen ) kunnen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] toe, en daar hij voor in de boot was, stelde hij de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee loopen, en draaide toen bij als om te visschen. Ik gaf daarop den jongen het roer, liep naar voren, bukte als om iets op te rapen, greep den Moor onverhoeds bij den gordel, en wierp hem over boord. Hij kwam bijkans op hetzelfde oogenblik boven, want hij zwom als een visch, en smeekte [...] (Robinson Crusoe)
    • De angst en vrees van weder in de handen der Mooren te vallen, weerhield mij aan land te gaan of te ankeren, ik bleef vijf dagen lang met denzelfden wind voortzeilen; daar toen de wind zuidelijk liep, besloot ik, dat, zoo men mij nagejaagd had, de Mooren nu ook de jagt moesten opgeven. Dus ankerde ik in den mond van een riviertje, ik weet niet op wat hoogte, noch in welk land of bij wat volk. Ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] van een riviertje, ik weet niet op wat hoogte, noch in welk land of bij wat volk. Ik zag niemand, waar ik ook niet naar verlangde; zoet water was het voornaamste wat ik noodig had. Met den avond liepen wij de kreek binnen, en besloten, zoodra het duister zou zijn, naar den wal te zwemmen, en het land te verkennen; maar weldra hoorden wij zulk een verschrikkelijk gebrul, gehuil en geblaf van wilde [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik wilde de boot niet uit het oog verliezen, uit vrees, dat de wilden met kanoes de rivier af mogten komen, maar de knaap zag een kwartier uurs verder eene laagte, en liep daarheen; na korten tijd zag ik hem terug komen. Denkende, dat hij door een verscheurend dier of wilden vervolgd werd, liep ik naar hem toe, om hem bij te staan. Toen ik echter digt bij hem [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] komen, maar de knaap zag een kwartier uurs verder eene laagte, en liep daarheen; na korten tijd zag ik hem terug komen. Denkende, dat hij door een verscheurend dier of wilden vervolgd werd, liep ik naar hem toe, om hem bij te staan. Toen ik echter digt bij hem kwam, zag ik, dat hij over zijn schouder een dier had hangen, dat hij geschoten had, naar een haas gelijkende, maar langer van [...] (Robinson Crusoe)
    • Vervolgens liepen wij tien of twaalf dagen zuidwaarts, en hielden zeer zuinig met onze levensmiddelen huis, die echter sterk verminderden, en gingen alleen aan land als wij water moesten innemen. Ik wilde de rivier [...] (Robinson Crusoe)
    • Echter hield ik het digt langs de kust, om tot hen te kunnen spreken, en zag, dat zij een groot eind weegs mede liepen. Zij waren zonder wapenen, behalve een man, die een langen dunnen stok in de hand had, welke Xury mij zeide, dat een werpspies was, en dat zij daar op verren afstand zeer juist mede weten te [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch lôpen, from Old Dutch lōpan, *loupan, from Proto-West Germanic *hlaupan, from Proto-Germanic *hlaupaną (“to run”). See: Proto-Germanic '*hlaupaną'.

    Verbs referencing "lopen"

    English leap, English lope, German, old spelling laufen, Afrikaans loop, Low Saxon lopen, Danish løbe, Alemannic German laufe, Luxembourgish lafen, Alemannic German lauffe, German, Pennsylvania laafe, Cimbrian loavan, Cimbrian lóofan, Bavarian laffa.

    Additional Information