vloeien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vloeien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vloeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vloeiend
Past participle - Verleden deelwoord: gevloeid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvloei
jijvloeit
hijvloeit
wijvloeien
jullievloeien
zijvloeien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevloeid
jijhebt gevloeid
hijheeft gevloeid
wijhebben gevloeid
julliehebben gevloeid
zijhebben gevloeid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvloeide
jijvloeide
hijvloeide
wijvloeiden
jullievloeiden
zijvloeiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevloeid
jijhad gevloeid
hijhad gevloeid
wijhadden gevloeid
julliehadden gevloeid
zijhadden gevloeid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vloeien
jijzult vloeien
hijzal vloeien
wijzullen vloeien
julliezullen vloeien
zijzullen vloeien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevloeid hebben
jijzult gevloeid hebben
hijzal gevloeid hebben
wijzullen gevloeid hebben
julliezullen gevloeid hebben
zijzullen gevloeid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vloeien
jijzou vloeien
hijzou vloeien
wijzouden vloeien
julliezouden vloeien
zijzouden vloeien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevloeid hebben
jijzou gevloeid hebben
hijzou gevloeid hebben
wijzouden gevloeid hebben
julliezouden gevloeid hebben
zijzouden gevloeid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvloei

Translations

  • course, Flow
  • float, to move in a fluid manner
  • float, to automatically adjust a parameter as related parameters change
  • flow, to move as a fluid
  • well, to issue forth
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    gutsen
    druipen, stromen
    lopen
    stromen
    stromen
    druipen, biggelen, spoelen

    Sample Sentences

    Etymology

    Inherited from Middle Dutch vloeyen, inherited from Old Dutch *fluoien, inherited from Proto-West Germanic *flōan, inherited from Proto-Germanic *flōaną. See: Proto-Germanic '*flōaną', Proto-Germanic '*flōaną'.

    Verbs referencing "vloeien"

    English flow, Afrikaans vloei.

    Additional Information