loden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of loden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: loden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lodend
Past participle - Verleden deelwoord: gelood

Cognates

See the 2 cognates of loden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklood
jijloodt
hijloodt
wijloden
jullieloden
zijloden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelood
jijhebt gelood
hijheeft gelood
wijhebben gelood
julliehebben gelood
zijhebben gelood

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloodde
jijloodde
hijloodde
wijloodden
jullieloodden
zijloodden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelood
jijhad gelood
hijhad gelood
wijhadden gelood
julliehadden gelood
zijhadden gelood

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal loden
jijzult loden
hijzal loden
wijzullen loden
julliezullen loden
zijzullen loden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelood hebben
jijzult gelood hebben
hijzal gelood hebben
wijzullen gelood hebben
julliezullen gelood hebben
zijzullen gelood hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou loden
jijzou loden
hijzou loden
wijzouden loden
julliezouden loden
zijzouden loden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelood hebben
jijzou gelood hebben
hijzou gelood hebben
wijzouden gelood hebben
julliezouden gelood hebben
zijzouden gelood hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlood

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "loden"

English leaden.

Additional Information