hollen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hollen

The word "hollen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hollen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hollend
Past participle - Verleden deelwoord: gehold

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhol
jijholt
hijholt
wijhollen
julliehollen
zijhollen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehold
jijhebt gehold
hijheeft gehold
wijhebben gehold
julliehebben gehold
zijhebben gehold

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikholde
jijholde
hijholde
wijholden
jullieholden
zijholden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehold
jijhad gehold
hijhad gehold
wijhadden gehold
julliehadden gehold
zijhadden gehold

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hollen
jijzult hollen
hijzal hollen
wijzullen hollen
julliezullen hollen
zijzullen hollen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehold hebben
jijzult gehold hebben
hijzal gehold hebben
wijzullen gehold hebben
julliezullen gehold hebben
zijzullen gehold hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hollen
jijzou hollen
hijzou hollen
wijzouden hollen
julliezouden hollen
zijzouden hollen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehold hebben
jijzou gehold hebben
hijzou gehold hebben
wijzouden gehold hebben
julliezouden gehold hebben
zijzouden gehold hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhol

Verbs similar to 'hollen'

Translations

  • scurry, to run away with quick light steps
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From hol.

    Additional Information