rennen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rennen

The word "rennen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rennen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rennend
Past participle - Verleden deelwoord: gerend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikren
jijrent
hijrent
wijrennen
jullierennen
zijrennen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerend
jijhebt gerend
hijheeft gerend
wijhebben gerend
julliehebben gerend
zijhebben gerend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrende
jijrende
hijrende
wijrenden
jullierenden
zijrenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerend
jijhad gerend
hijhad gerend
wijhadden gerend
julliehadden gerend
zijhadden gerend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rennen
jijzult rennen
hijzal rennen
wijzullen rennen
julliezullen rennen
zijzullen rennen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerend hebben
jijzult gerend hebben
hijzal gerend hebben
wijzullen gerend hebben
julliezullen gerend hebben
zijzullen gerend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rennen
jijzou rennen
hijzou rennen
wijzouden rennen
julliezouden rennen
zijzouden rennen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerend hebben
jijzou gerend hebben
hijzou gerend hebben
wijzouden gerend hebben
julliezouden gerend hebben
zijzouden gerend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijren

Verbs similar to 'rennen'

Translations

  • run, to move quickly on two feet
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    1. A merger of two related verbs:
    2. * Middle Dutch rinnen (“to flow, to run fast”), from Old Dutch *rinnan, from Proto-Germanic *rinnaną.
    3. * Middle Dutch rennen (“to run/ride fast”), from Old Dutch *rennen, from Proto-Germanic *rannijaną.
    4. Doublet with runnen (“to manage”). See: Middle Dutch 'rinnen', Proto-Germanic '*rinnaną', Proto-Germanic '*rannijaną'.

    Verbs referencing "rennen"

    English run, German, old spelling rennen, Luxembourgish rennen, Bavarian renna, Luxembourgish rënnen.

    Additional Information