likken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of likken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: likken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: likkend
Past participle - Verleden deelwoord: gelikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklik
jijlikt
hijlikt
wijlikken
jullielikken
zijlikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelikt
jijhebt gelikt
hijheeft gelikt
wijhebben gelikt
julliehebben gelikt
zijhebben gelikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklikte
jijlikte
hijlikte
wijlikten
jullielikten
zijlikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelikt
jijhad gelikt
hijhad gelikt
wijhadden gelikt
julliehadden gelikt
zijhadden gelikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal likken
jijzult likken
hijzal likken
wijzullen likken
julliezullen likken
zijzullen likken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelikt hebben
jijzult gelikt hebben
hijzal gelikt hebben
wijzullen gelikt hebben
julliezullen gelikt hebben
zijzullen gelikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou likken
jijzou likken
hijzou likken
wijzouden likken
julliezouden likken
zijzouden likken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelikt hebben
jijzou gelikt hebben
hijzou gelikt hebben
wijzouden gelikt hebben
julliezouden gelikt hebben
zijzouden gelikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlik

Translations

  • lick, to stroke with the tongue
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aflikken
    oplikken
    flemen
    pluimstrijken, slijmen, vleien

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch lecken, licken, from Old Dutch leccon, from Proto-West Germanic *likkōn, from Proto-Germanic *likkōną. See: Old Dutch 'leccon', Proto-Germanic '*likkōną'.

    Verbs referencing "likken"

    German, old spelling lecken.

    Additional Information