Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: dringen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dringend
Past participle - Verleden deelwoord: gedrongen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | dring |
| jij | dringt |
| hij | dringt |
| wij | dringen |
| jullie | dringen |
| zij | dringen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gedrongen |
| jij | hebt gedrongen |
| hij | heeft gedrongen |
| wij | hebben gedrongen |
| jullie | hebben gedrongen |
| zij | hebben gedrongen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | drong |
| jij | drong |
| hij | drong |
| wij | drongen |
| jullie | drongen |
| zij | drongen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gedrongen |
| jij | had gedrongen |
| hij | had gedrongen |
| wij | hadden gedrongen |
| jullie | hadden gedrongen |
| zij | hadden gedrongen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal dringen |
| jij | zult dringen |
| hij | zal dringen |
| wij | zullen dringen |
| jullie | zullen dringen |
| zij | zullen dringen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gedrongen hebben |
| jij | zult gedrongen hebben |
| hij | zal gedrongen hebben |
| wij | zullen gedrongen hebben |
| jullie | zullen gedrongen hebben |
| zij | zullen gedrongen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou dringen |
| jij | zou dringen |
| hij | zou dringen |
| wij | zouden dringen |
| jullie | zouden dringen |
| zij | zouden dringen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gedrongen hebben |
| jij | zou gedrongen hebben |
| hij | zou gedrongen hebben |
| wij | zouden gedrongen hebben |
| jullie | zouden gedrongen hebben |
| zij | zouden gedrongen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'dringen'
aanbinden,
aandringen,
aandrinken,
aaneenbinden,
aaneenklinken,
aanklinken,
aanwinden,
afbinden,
afdingen,
afdringen,
afdrinken,
afdwingen,
afspringen,
bedwingen,
bevinden,
binden,
blinken,
dingen,
dringen,
drinken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'dringen'
dingen,
drinken,
dwingen,
wringen,
afdringen,
brengen,
dragen,
dreggen,
dreigen,
drenken,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong hij ernstig en op de liefderijkste wijze er bij mij op aan, dat ik niet als een loszinnige jongen zou handelen, en mij niet in ellenden zou storten, voor welke de natuur, en de staat waarin ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] waar het stik donker was, twee helder flikkerende oogen zag van eenig schepsel, hetzij mensch of duivel, die daar als twee sterren flikkerden, en waar het flaauwe licht, dat in de opening der grot drong, in weêrkaatste. Echter kwam ik na eenige oogenblikken wat tot mij zelven, en schold mij zelven voor een tiendubbelen gek, en zeide, dat hij, die bang was den duivel onder de oogen te zien, niet [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] trachtte op te staan, maar kon niet; en ik dacht bij mij zelven: blijf dan maar liggen, want hebt gij mij zoo verschrikt, dan zult gij zekerlijk de wilden, zoo die het durven wagen naar binnen te dringen terwijl gij nog leeft, nog veel meer schrik aanjagen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] waarmede zij gekomen of liever gebragt waren door de wilden om verslonden te worden. Ik gaf ieder een geweer en zes of acht scherpe patronen mede, met last hiermede zuinig te zijn en ze niet dan bij dringende noodzakelijkheid te gebruiken.
(Robinson Crusoe)
-
[...] koevoet de deur opengebroken had, gaf de nieuwe kapitein met zijne makkers vuur op hen en wondde den stuurman in zijn arm met nog twee man, doch niemand werd er gedood. De stuurman riep om hulp doch drong te gelijk de kajuit binnen, zoo gewond als hij was, en schoot met een pistool den nieuwen kapitein dwars door de keel, zoodat de kogel zijn mond inging, achter het oor weder uitkwam en hij zonder [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch dringen, from Old Dutch *thringan, from Proto-West Germanic *þringwan, from Proto-Germanic *þrinhwaną. See: Middle Dutch '
dringen', Proto-Germanic '
*þrinhwaną'.
Verbs referencing "dringen"
Old High German dringan, Old English
þringan, Luxembourgish
dréngen.
Additional Information