converseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of converseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: converseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: converserend
Past participle - Verleden deelwoord: geconverseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconverseer
jijconverseert
hijconverseert
wijconverseren
jullieconverseren
zijconverseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconverseerd
jijhebt geconverseerd
hijheeft geconverseerd
wijhebben geconverseerd
julliehebben geconverseerd
zijhebben geconverseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconverseerde
jijconverseerde
hijconverseerde
wijconverseerden
jullieconverseerden
zijconverseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconverseerd
jijhad geconverseerd
hijhad geconverseerd
wijhadden geconverseerd
julliehadden geconverseerd
zijhadden geconverseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal converseren
jijzult converseren
hijzal converseren
wijzullen converseren
julliezullen converseren
zijzullen converseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconverseerd hebben
jijzult geconverseerd hebben
hijzal geconverseerd hebben
wijzullen geconverseerd hebben
julliezullen geconverseerd hebben
zijzullen geconverseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou converseren
jijzou converseren
hijzou converseren
wijzouden converseren
julliezouden converseren
zijzouden converseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconverseerd hebben
jijzou geconverseerd hebben
hijzou geconverseerd hebben
wijzouden geconverseerd hebben
julliezouden geconverseerd hebben
zijzouden geconverseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconverseer

Translations

  • converse, to engage in conversation
  • discourse, engage in discussion or conversation
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch converseren, from Old French converser, from Latin conversārī. See: Old French 'converser'.

    Additional Information