compenseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of compenseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: compenseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: compenserend
Past participle - Verleden deelwoord: gecompenseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcompenseer
jijcompenseert
hijcompenseert
wijcompenseren
julliecompenseren
zijcompenseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecompenseerd
jijhebt gecompenseerd
hijheeft gecompenseerd
wijhebben gecompenseerd
julliehebben gecompenseerd
zijhebben gecompenseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcompenseerde
jijcompenseerde
hijcompenseerde
wijcompenseerden
julliecompenseerden
zijcompenseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecompenseerd
jijhad gecompenseerd
hijhad gecompenseerd
wijhadden gecompenseerd
julliehadden gecompenseerd
zijhadden gecompenseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal compenseren
jijzult compenseren
hijzal compenseren
wijzullen compenseren
julliezullen compenseren
zijzullen compenseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecompenseerd hebben
jijzult gecompenseerd hebben
hijzal gecompenseerd hebben
wijzullen gecompenseerd hebben
julliezullen gecompenseerd hebben
zijzullen gecompenseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou compenseren
jijzou compenseren
hijzou compenseren
wijzouden compenseren
julliezouden compenseren
zijzouden compenseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecompenseerd hebben
jijzou gecompenseerd hebben
hijzou gecompenseerd hebben
wijzouden gecompenseerd hebben
julliezouden gecompenseerd hebben
zijzouden gecompenseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcompenseer

Translations

  • atone, to make reparation, compensation, or amends, for an offence or a crime
  • compensate, to make up for; to do something in place of something else; to correct or fill
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    goedmaken
    herstellen, vereffenen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch compenseren, from Old French compenser, from Latin compēnsō. See: Latin 'compēnsō'.

    Additional Information