confereren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of confereren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: confereren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: confererend
Past participle - Verleden deelwoord: geconfereerd

Cognates

See the 4 cognates of confereren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikconfereer
jijconfereert
hijconfereert
wijconfereren
jullieconfereren
zijconfereren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geconfereerd
jijhebt geconfereerd
hijheeft geconfereerd
wijhebben geconfereerd
julliehebben geconfereerd
zijhebben geconfereerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikconfereerde
jijconfereerde
hijconfereerde
wijconfereerden
jullieconfereerden
zijconfereerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geconfereerd
jijhad geconfereerd
hijhad geconfereerd
wijhadden geconfereerd
julliehadden geconfereerd
zijhadden geconfereerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal confereren
jijzult confereren
hijzal confereren
wijzullen confereren
julliezullen confereren
zijzullen confereren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geconfereerd hebben
jijzult geconfereerd hebben
hijzal geconfereerd hebben
wijzullen geconfereerd hebben
julliezullen geconfereerd hebben
zijzullen geconfereerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou confereren
jijzou confereren
hijzou confereren
wijzouden confereren
julliezouden confereren
zijzouden confereren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geconfereerd hebben
jijzou geconfereerd hebben
hijzou geconfereerd hebben
wijzouden geconfereerd hebben
julliezouden geconfereerd hebben
zijzouden geconfereerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijconfereer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

beraadslagen
delibereren, overleggen

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "confereren"

English confer.

Additional Information