aftrekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aftrekken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aftrekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aftrekkend
Past participle - Verleden deelwoord: afgetrokken

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktrek af
jijtrekt af
hijtrekt af
wijtrekken af
jullietrekken af
zijtrekken af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgetrokken
jijhebt afgetrokken
hijheeft afgetrokken
wijhebben afgetrokken
julliehebben afgetrokken
zijhebben afgetrokken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktrok af
jijtrok af
hijtrok af
wijtrokken af
jullietrokken af
zijtrokken af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgetrokken
jijhad afgetrokken
hijhad afgetrokken
wijhadden afgetrokken
julliehadden afgetrokken
zijhadden afgetrokken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aftrekken
jijzult aftrekken
hijzal aftrekken
wijzullen aftrekken
julliezullen aftrekken
zijzullen aftrekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgetrokken hebben
jijzult afgetrokken hebben
hijzal afgetrokken hebben
wijzullen afgetrokken hebben
julliezullen afgetrokken hebben
zijzullen afgetrokken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aftrekken
jijzou aftrekken
hijzou aftrekken
wijzouden aftrekken
julliezouden aftrekken
zijzouden aftrekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgetrokken hebben
jijzou afgetrokken hebben
hijzou afgetrokken hebben
wijzouden afgetrokken hebben
julliezouden afgetrokken hebben
zijzouden afgetrokken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtrek af

Translations

  • squeegee, to use a squeegee
  • subtract, to remove or reduce
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afhouden
    inhouden, korten, minderen

    Sample Sentences

    • [...] en zonder ons aanhoudend vuur en den loop buskruid zouden wij hoogst waarschijnlijk allen verscheurd zijn. In allen geval zouden wij, als wij onze paarden in den steek hadden gelaten, en gezamenlijk afgetrokken waren, veilig hebben kunnen aftrekken, vooral met onze vuurwapens en in zoo groot getal zijnde. Wat mij betreft, ik heb nimmer grooter gevaar onder de oogen gezien, want toen ik driehonderd [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zouden wij hoogst waarschijnlijk allen verscheurd zijn. In allen geval zouden wij, als wij onze paarden in den steek hadden gelaten, en gezamenlijk afgetrokken waren, veilig hebben kunnen aftrekken, vooral met onze vuurwapens en in zoo groot getal zijnde. Wat mij betreft, ik heb nimmer grooter gevaar onder de oogen gezien, want toen ik driehonderd duivels huilende en met open muil op ons zag [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch aftrecken. The sense “to subtract” was coined by Simon Stevin as a calque of Latin dētrahō. Equivalent to af + trekken. See: Latin 'dētrahō'.

    Additional Information