accepteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of accepteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: accepteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: accepterend
Past participle - Verleden deelwoord: geaccepteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikaccepteer
jijaccepteert
hijaccepteert
wijaccepteren
jullieaccepteren
zijaccepteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geaccepteerd
jijhebt geaccepteerd
hijheeft geaccepteerd
wijhebben geaccepteerd
julliehebben geaccepteerd
zijhebben geaccepteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikaccepteerde
jijaccepteerde
hijaccepteerde
wijaccepteerden
jullieaccepteerden
zijaccepteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geaccepteerd
jijhad geaccepteerd
hijhad geaccepteerd
wijhadden geaccepteerd
julliehadden geaccepteerd
zijhadden geaccepteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal accepteren
jijzult accepteren
hijzal accepteren
wijzullen accepteren
julliezullen accepteren
zijzullen accepteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geaccepteerd hebben
jijzult geaccepteerd hebben
hijzal geaccepteerd hebben
wijzullen geaccepteerd hebben
julliezullen geaccepteerd hebben
zijzullen geaccepteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou accepteren
jijzou accepteren
hijzou accepteren
wijzouden accepteren
julliezouden accepteren
zijzouden accepteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geaccepteerd hebben
jijzou geaccepteerd hebben
hijzou geaccepteerd hebben
wijzouden geaccepteerd hebben
julliezouden geaccepteerd hebben
zijzouden geaccepteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijaccepteer

Translations

  • accept, to receive with consent
  • accept, to agree to
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aannemen
    aanvaarden
    dulden
    nemen, pikken, verdragen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch accepteren, from Middle French accepter, from Latin acceptō. See: Middle French 'accepter', Latin 'acceptō'.

    Additional Information