straffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of straffen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: straffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: straffend
Past participle - Verleden deelwoord: gestraft

Cognates

See the 2 cognates of straffen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstraf
jijstraft
hijstraft
wijstraffen
julliestraffen
zijstraffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestraft
jijhebt gestraft
hijheeft gestraft
wijhebben gestraft
julliehebben gestraft
zijhebben gestraft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstrafte
jijstrafte
hijstrafte
wijstraften
julliestraften
zijstraften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestraft
jijhad gestraft
hijhad gestraft
wijhadden gestraft
julliehadden gestraft
zijhadden gestraft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal straffen
jijzult straffen
hijzal straffen
wijzullen straffen
julliezullen straffen
zijzullen straffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestraft hebben
jijzult gestraft hebben
hijzal gestraft hebben
wijzullen gestraft hebben
julliezullen gestraft hebben
zijzullen gestraft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou straffen
jijzou straffen
hijzou straffen
wijzouden straffen
julliezouden straffen
zijzouden straffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestraft hebben
jijzou gestraft hebben
hijzou gestraft hebben
wijzouden gestraft hebben
julliezouden gestraft hebben
zijzouden gestraft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstraf

Translations

  • sentence, declare a sentence on a convicted person
  • boot, to apply corporal punishment
  • punish, to cause to suffer for crime or misconduct
  • penalize, to subject to a penalty
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    berispen
    bestraffen, schorsen, beboeten, veroordelen

    Sample Sentences

    • [...] in een armen slaaf, was ik als verplet; en thans herinnerde ik mij mijns vaders voorzegging dat ik ongelukkig worden, en niemand mij troosten zou. Ik dacht, dat dit oogenblik thans gekomen en de straffende hand des Hemels op mij lag. Helaas, het was slechts eene voorproef van de ellende die mij in ' t vervolg te wachten stond. (Robinson Crusoe)
    • [...] vernietigd werd, en de natuur door de hevigheid der koorts uitgeput was; begon mijn geweten, dat zoo lang gesluimerd had, te ontwaken. Ik verweet mij mijn vorig leven, dat mij zoo blijkbaar de straffende hand Gods op den hals had gehaald. Deze overwegingen kwelden mij van den tweeden of derden dag mijner ziekte, en zoo wel de hevigheid der koorts als de strenge berispingen van mijn geweten persten [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik alles om mij heen beschouwde en overwoog, welke bijzondere bestieringen ik sedert mijne komst alhier had ontwaard, en hoe goedertieren God met mij gehandeld had; hoe Hij mij niet alleen minder gestraft had, dan mijne overtredingen verdienden, maar zoo genadig voor mij gezorgd had; gaf dit mij groote hoop, dat God mijn berouw had aangenomen, en ik nog in ' t vervolg op zijne goedertierenheid hopen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te maken, en deze lieden als misdadigers te behandelen, wien de Hemel goedgevonden had, gedurende zoo vele eeuwen straffeloos hunnen gang te laten gaan, en als het ware tot de uitvoerders zijner straffen jegens hen onder elkander te maken; alsmede welk regt ik had mij in dien bloedigen strijd te mengen, dien zij onderling voerden. (Robinson Crusoe)
    • [...] vergeten te hebben, dus herhaalde hij die in dezelfde woorden als boven. Middelerwijl had ik mijne gedachten een weinig bijeengezameld, en zeide: " God zal hem in het laatste der dagen gestrengelijk straffen; hij wordt bespaard tot den dag des oordeels, wanneer hij in een bodemloozen afgrond zal worden geworpen, om daar met eeuwig vuur te blijven."—Dit voldeed Vrijdag niet. Hij herhaalde mijne woorden: [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gelaten. Maar dit gaf mij geen regt om over hunne daden het vonnis uit te spreken, veel minder mij tot uitvoerder der goddelijke geregtigheid op te werpen; want zoo God het goedvond zou Hij zelf hen straffen, en door rampen over hun geheele volk te brengen, de zonden des volks bestraffen; maar dit was geenszins eene taak, die mij toekwam. Wel is waar, in Vrijdag kon dit verschoonbaar zijn, omdat hij hun [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch straffen, probably from Middle High German strāfen, which may go back to Proto-West Germanic *strēpōn, of uncertain ultimate origin, but possibly related to *streupan (“to squeeze, press, graze”). The short vowel and geminate in Dutch in contrast to the Middle High German long vowel is peculiar. Note however that forms with a long vowel do occur in dialectal Dutch. See: Middle High German 'strāfen'.

    Verbs referencing "straffen"

    German, old spelling strafen, Luxembourgish strofen.

    Additional Information