vasthouden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vasthouden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vasthouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vasthoudend
Past participle - Verleden deelwoord: vastgehouden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhoud vast; hou vast
jijhoudt vast
hijhoudt vast
wijhouden vast
julliehouden vast
zijhouden vast

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vastgehouden
jijhebt vastgehouden
hijheeft vastgehouden
wijhebben vastgehouden
julliehebben vastgehouden
zijhebben vastgehouden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhield vast
jijhield vast
hijhield vast
wijhielden vast
julliehielden vast
zijhielden vast

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vastgehouden
jijhad vastgehouden
hijhad vastgehouden
wijhadden vastgehouden
julliehadden vastgehouden
zijhadden vastgehouden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vasthouden
jijzult vasthouden
hijzal vasthouden
wijzullen vasthouden
julliezullen vasthouden
zijzullen vasthouden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vastgehouden hebben
jijzult vastgehouden hebben
hijzal vastgehouden hebben
wijzullen vastgehouden hebben
julliezullen vastgehouden hebben
zijzullen vastgehouden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vasthouden
jijzou vasthouden
hijzou vasthouden
wijzouden vasthouden
julliezouden vasthouden
zijzouden vasthouden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vastgehouden hebben
jijzou vastgehouden hebben
hijzou vastgehouden hebben
wijzouden vastgehouden hebben
julliezouden vastgehouden hebben
zijzouden vastgehouden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhoud vast; hou vast

Translations

  • adhere, To hold, be attached, or be devoted
  • hold, to grasp
  • hold, to detain
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beethouden
    omklemmen
    aanhouden
    reserveren
    respecteren
    volharden

    Sample Sentences

    • Kun je dat even voor me vasthouden? (Can you hold that for me for a moment?)

    Etymology

    From vast + houden.

    Additional Information