kakelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kakelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kakelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kakelend
Past participle - Verleden deelwoord: gekakeld

Cognates

See the 4 cognates of kakelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkakel
jijkakelt
hijkakelt
wijkakelen
julliekakelen
zijkakelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekakeld
jijhebt gekakeld
hijheeft gekakeld
wijhebben gekakeld
julliehebben gekakeld
zijhebben gekakeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkakelde
jijkakelde
hijkakelde
wijkakelden
julliekakelden
zijkakelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekakeld
jijhad gekakeld
hijhad gekakeld
wijhadden gekakeld
julliehadden gekakeld
zijhadden gekakeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kakelen
jijzult kakelen
hijzal kakelen
wijzullen kakelen
julliezullen kakelen
zijzullen kakelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekakeld hebben
jijzult gekakeld hebben
hijzal gekakeld hebben
wijzullen gekakeld hebben
julliezullen gekakeld hebben
zijzullen gekakeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kakelen
jijzou kakelen
hijzou kakelen
wijzouden kakelen
julliezouden kakelen
zijzouden kakelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekakeld hebben
jijzou gekakeld hebben
hijzou gekakeld hebben
wijzouden gekakeld hebben
julliezouden gekakeld hebben
zijzouden gekakeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkakel

Translations

  • cackle, to make a sharp, broken noise or cry, as a hen or goose does
  • cackle, to laugh with a sound similar to a hen's cry
  • chuckle, to make the sound of chicken
  • cluck, to produce cluck sound
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    kletsen
    kwebbelen, kwekken, snateren

    Sample Sentences

    Etymology

    An onomatopoeia. Similar to English cackle and Low German kakelen. See: English 'cackle', Low Saxon 'kakelen'.

    Verbs referencing "kakelen"

    English cackle.

    Additional Information