compartimenteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of compartimenteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: compartimenteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: compartimenterend
Past participle - Verleden deelwoord: gecompartimenteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcompartimenteer
jijcompartimenteert
hijcompartimenteert
wijcompartimenteren
julliecompartimenteren
zijcompartimenteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecompartimenteerd
jijhebt gecompartimenteerd
hijheeft gecompartimenteerd
wijhebben gecompartimenteerd
julliehebben gecompartimenteerd
zijhebben gecompartimenteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcompartimenteerde
jijcompartimenteerde
hijcompartimenteerde
wijcompartimenteerden
julliecompartimenteerden
zijcompartimenteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecompartimenteerd
jijhad gecompartimenteerd
hijhad gecompartimenteerd
wijhadden gecompartimenteerd
julliehadden gecompartimenteerd
zijhadden gecompartimenteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal compartimenteren
jijzult compartimenteren
hijzal compartimenteren
wijzullen compartimenteren
julliezullen compartimenteren
zijzullen compartimenteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecompartimenteerd hebben
jijzult gecompartimenteerd hebben
hijzal gecompartimenteerd hebben
wijzullen gecompartimenteerd hebben
julliezullen gecompartimenteerd hebben
zijzullen gecompartimenteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou compartimenteren
jijzou compartimenteren
hijzou compartimenteren
wijzouden compartimenteren
julliezouden compartimenteren
zijzouden compartimenteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecompartimenteerd hebben
jijzou gecompartimenteerd hebben
hijzou gecompartimenteerd hebben
wijzouden gecompartimenteerd hebben
julliezouden gecompartimenteerd hebben
zijzouden gecompartimenteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcompartimenteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French compartimenter. By surface analysis, compartiment + -eren. See: French 'compartimenter'.

Additional Information