zitten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zitten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zitten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zittend
Past participle - Verleden deelwoord: gezeten

Cognates

See the 10 cognates of zitten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzit
jijzit
hijzit
wijzitten
julliezitten
zijzitten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezeten
jijhebt gezeten
hijheeft gezeten
wijhebben gezeten
julliehebben gezeten
zijhebben gezeten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzat
jijzat
hijzat
wijzaten
julliezaten
zijzaten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezeten
jijhad gezeten
hijhad gezeten
wijhadden gezeten
julliehadden gezeten
zijhadden gezeten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zitten
jijzult zitten
hijzal zitten
wijzullen zitten
julliezullen zitten
zijzullen zitten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezeten hebben
jijzult gezeten hebben
hijzal gezeten hebben
wijzullen gezeten hebben
julliezullen gezeten hebben
zijzullen gezeten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zitten
jijzou zitten
hijzou zitten
wijzouden zitten
julliezouden zitten
zijzouden zitten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezeten hebben
jijzou gezeten hebben
hijzou gezeten hebben
wijzouden gezeten hebben
julliezouden gezeten hebben
zijzouden gezeten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzit

Translations

  • sit, of a person, be in a position in which the upper body is upright and the legs are supported
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    passen
    staan
    aanraken
    betasten
    uithangen
    zijn
    wonen
    vertoeven, verblijven

    Sample Sentences

    • [...] een ander zeide, dat er vier voet water in het ruim stond. Daarop werd iedereen aan de pompen geroepen. Bij dit woord ontzonk mij het hart, en ik viel achterover, van den rand der kooi, waarop ik zat, in de hut. De matrozen echter riepen mij en zeiden, dat schoon ik tot hiertoe tot niets nut was geweest, ik thans even zeer in staat was te pompen als een ander. Ik stond dadelijk op, strompelde [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] met een stuurstoel en van voren plaats voor een paar man, om de zeilen te hanteren. Deze boot voerde een latijn- of driehoekig zeil, en de giek liep over de tent, waarin hij met een paar slaven zitten en slapen kon, en een tafel had om aan te eten en eenige kastjes, om eenige flesschen drank, benevens rijst, brood en koffij te bewaren. (Robinson Crusoe)
    • [...] dit zal onzen meester weinig baten, wij moeten dieper in zee gaan. " Hij vermoedde niets kwaads, maar stemde er in toe, en daar hij voor in de boot was, stelde hij de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee loopen, en draaide toen bij als om te visschen. Ik gaf daarop den jongen het roer, liep naar voren, bukte als om iets op te rapen, greep den Moor onverhoeds bij den [...] (Robinson Crusoe)
    • In deze verlegenheid stapte ik geheel verslagen in de tent en ging daar zitten, terwijl ik Xury aan het roer had gelaten. Eensklaps riep de jongen: " Meester, meester, een schip, een zeil ! " De arme jongen bestierf het schier van angst, denkende, dat het niet anders zijn kon [...] (Robinson Crusoe)
    • Maar helaas, was het wonder dat ik, die nimmer iets goed deed, zulk een misslag beging ! Er zat thans niet anders op dan vol te houden. Ik had thans een beroep, dat geheel strijdig was met mijn karakter, en met de levenswijze waarnaar ik haakte, waarvoor ik mijn vaders huis verlaten, en al [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] Onze eenigste hoop was, dat het schip nog heel bleef, en de kapitein opmerkte, dat de wind begon te gaan liggen. Maar al bedaarde de wind ook, dan bleef onze toestand toch vreesselijk. Ons schip zat zoo vast, dat wij niet hopen konden het weder vlot te krijgen, en wij moesten slechts denken, het lijf er af te brengen. Wij hadden de boot aan den spiegel hangen toen de storm begon, maar zij was [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] schoon die over mij heen sloeg, mij niet medesleepte, en toen bereikte ik, met nog een loopje, den vasten wal, waar ik, zeer tot mijne vreugde, de klippen van het strand overklom en op het gras ging zitten, gered uit het gevaar, en buiten bereik der golven. (Robinson Crusoe)
    • Het eenigste middel wat mij te binnen schoot, was op een digtbegroeiden boom te gaan zitten, eene soort van den, maar doornachtig, die digt bij mij stond en waarop ik besloot den geheelen nacht te blijven zitten, en den volgenden dag te overdenken welken dood ik zou sterven, want ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] middel wat mij te binnen schoot, was op een digtbegroeiden boom te gaan zitten, eene soort van den, maar doornachtig, die digt bij mij stond en waarop ik besloot den geheelen nacht te blijven zitten, en den volgenden dag te overdenken welken dood ik zou sterven, want ik zag geene andere uitkomst voor mij. Ik liep een eind weegs van het strand af, om drinkbaar water te zoeken, dat ik gelukkig [...] (Robinson Crusoe)
    • Nu had ik slechts eene boot noodig, om mij van vele dingen te voorzien, die ik voorzag, dat mij van veel nut zouden zijn. Stil te zitten en te wenschen naar wat ik niet had, baatte mij echter weinig, en de nood scherpte mijn vernuft. Wij hadden verscheidene waarlooze rondhouten, twee of drie marsstengen, en een paar waarlooze [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch sitten, from Old Dutch sitten, from Proto-West Germanic *sittjan, from Proto-Germanic *sitjaną, from Proto-Indo-European *sed-. See: Proto-Germanic '*sitjaną'.

    Verbs referencing "zitten"

    English sit, Afrikaans sit, German, old spelling sitzen, Old English sittan, Low Saxon sitten, Luxembourgish sëtzen.

    Additional Information