vergoeden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergoeden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergoeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergoedend
Past participle - Verleden deelwoord: vergoed

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergoed
jijvergoedt
hijvergoedt
wijvergoeden
jullievergoeden
zijvergoeden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergoed
jijhebt vergoed
hijheeft vergoed
wijhebben vergoed
julliehebben vergoed
zijhebben vergoed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergoedde
jijvergoedde
hijvergoedde
wijvergoedden
jullievergoedden
zijvergoedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergoed
jijhad vergoed
hijhad vergoed
wijhadden vergoed
julliehadden vergoed
zijhadden vergoed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergoeden
jijzult vergoeden
hijzal vergoeden
wijzullen vergoeden
julliezullen vergoeden
zijzullen vergoeden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergoed hebben
jijzult vergoed hebben
hijzal vergoed hebben
wijzullen vergoed hebben
julliezullen vergoed hebben
zijzullen vergoed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergoeden
jijzou vergoeden
hijzou vergoeden
wijzouden vergoeden
julliezouden vergoeden
zijzouden vergoeden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergoed hebben
jijzou vergoed hebben
hijzou vergoed hebben
wijzouden vergoed hebben
julliezouden vergoed hebben
zijzouden vergoed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergoed

Translations

  • indemnify, To make restitution or compensation for
  • reimburse, to compensate with pay or money; especially, to repay money spent on one's behalf
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    compenseren
    goedmaken, restitueren, terugbetalen

    Sample Sentences

    • [...] God dat Hij mij ontdekt had, dat ik zelfs in dezen toestand gelukkiger kon zijn dan in het midden der maatschappij en van al de genoegens der wereld, en mij het gebrek aan menschelijken omgang vergoedde door zijne tegenwoordigheid, en de uitstorting zijner genade op mijne ziel, mij steunende, troostende en bemoedigende door op zijne Voorzienigheid hier, en op zijn eeuwig bijzijn hier namaals te [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From goed + ver- -en.

    Additional Information