staren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of staren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: staren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: starend
Past participle - Verleden deelwoord: gestaard

Cognates

See the 2 cognates of staren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstaar
jijstaart
hijstaart
wijstaren
julliestaren
zijstaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestaard
jijhebt gestaard
hijheeft gestaard
wijhebben gestaard
julliehebben gestaard
zijhebben gestaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstaarde
jijstaarde
hijstaarde
wijstaarden
julliestaarden
zijstaarden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestaard
jijhad gestaard
hijhad gestaard
wijhadden gestaard
julliehadden gestaard
zijhadden gestaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal staren
jijzult staren
hijzal staren
wijzullen staren
julliezullen staren
zijzullen staren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestaard hebben
jijzult gestaard hebben
hijzal gestaard hebben
wijzullen gestaard hebben
julliezullen gestaard hebben
zijzullen gestaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou staren
jijzou staren
hijzou staren
wijzouden staren
julliezouden staren
zijzouden staren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestaard hebben
jijzou gestaard hebben
hijzou gestaard hebben
wijzouden gestaard hebben
julliezouden gestaard hebben
zijzouden gestaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstaar

Translations

  • stare, to look fixedly
  • gaze, to stare intently or earnestly
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    gapen
    kijken
    kijken
    gluren, turen, zien
    slapen
    dromen, suffen, wegdromen
    turen
    kijken
    zien
    blikken, kijken, turen

    Antonyms

    slapen
    waken

    Sample Sentences

    • Na op deze wijze mij eenigzins in mijn toestand getroost te hebben, staarde ik niet meer zoo onophoudelijk zeewaarts, of ik een schip kon zien; maar begon mij het leven zoo aangenaam als mogelijk te maken. Reeds heb ik mijne woning beschreven, die eene tent was, tegen eene [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kon ik toch niet nalaten een heuvel te beklimmen en in zee te zien, op hoop van een schip te bespeuren, totdat mijne verhitte verbeelding mij een zeil deed zien, dat, nadat mijne oogen schier blind gestaard waren, weder verdween, waarna ik ging zitten weenen als een kind, en op deze wijze door mijne dwaasheid mijn ongeluk vermeerderde. (Robinson Crusoe)
    • [...] bewaarde die. Toen ik langs het strand terugkeerde, zag ik verscheidene zeevogels, die ik niet kende, maar ik was verrast en bijkans verschrikt door het zien van twee robben, die, terwijl ik er op staarde, en alvorens ik zag wat dit waren, in zee doken en mij voor dat oogenblik ontsnapten. (Robinson Crusoe)
    • [...] ik door den Oceaan voor altijd in eene onbewoonde wildernis was geketend. Dan barstte ik soms in tranen uit als een kind, en wrong mij de handen. Somtijds te midden van mijn werk ging ik zitten, en staarde zuchtend een paar uren op den grond. Dit was het ergste, want als ik mijne borst in tranen en jammerklagten kon lucht geven, verminderde mijne neêrslagtigheid van lieverlede. (Robinson Crusoe)
    • Dit herinnerde mij hoe ik voor de eerste maal aan land kwam en in het rond zag; hoe ik mij verloren achtte, hoe ik verwilderd in het rond staarde, welken schrikkelijken angst ik uitstond, en hoe ik, uit vrees voor wilde dieren, den geheelen nacht op een boom doorbragt. Even als ik dien nacht niets wist van den onderstand, dien ik ontvangen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch stāren, from Old Dutch *staron, from Proto-West Germanic *starēn. See: Old Dutch '*staron'.

    Verbs referencing "staren"

    English stare.

    Additional Information