smaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of smaken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: smaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: smakend
Past participle - Verleden deelwoord: gesmaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksmaak
jijsmaakt
hijsmaakt
wijsmaken
julliesmaken
zijsmaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesmaakt
jijhebt gesmaakt
hijheeft gesmaakt
wijhebben gesmaakt
julliehebben gesmaakt
zijhebben gesmaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksmaakte
jijsmaakte
hijsmaakte
wijsmaakten
julliesmaakten
zijsmaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesmaakt
jijhad gesmaakt
hijhad gesmaakt
wijhadden gesmaakt
julliehadden gesmaakt
zijhadden gesmaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal smaken
jijzult smaken
hijzal smaken
wijzullen smaken
julliezullen smaken
zijzullen smaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesmaakt hebben
jijzult gesmaakt hebben
hijzal gesmaakt hebben
wijzullen gesmaakt hebben
julliezullen gesmaakt hebben
zijzullen gesmaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou smaken
jijzou smaken
hijzou smaken
wijzouden smaken
julliezouden smaken
zijzouden smaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesmaakt hebben
jijzou gesmaakt hebben
hijzou gesmaakt hebben
wijzouden gesmaakt hebben
julliezouden gesmaakt hebben
zijzouden gesmaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsmaak

Verbs similar to 'smaken'

maken, smaden, smeken, staken, afmaken, inmaken, kaken, kraken, kwaken, laken,

Translations

  • taste, to have a taste
  • relish, to taste or eat with pleasure; to like the flavor of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bevallen
    rieken, zinnen
    beleven
    genieten, meemaken

    Antonyms

    bevallen
    tegenstaan

    Sample Sentences

    • [...] zaken, die de ziel van haren vrede, het ligchaam van zijne rust berooven; verwijderd van de knagingen der afgunst, niet verteerd door bedekte eerzucht; aldus wandelt men welgemoed het leven door, smaakt de zuiverste geneugten des levens, gevoelt zijn geluk en leert dagelijks zijn lot meer naar waarde schatten. " Hierop drong hij ernstig en op de liefderijkste wijze er bij mij op aan, dat ik niet [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ging ik aan het werk, om zoodanige goederen te maken, als ik vond het meest benoodigd te zijn, vooral een stoel en tafel, want zonder deze kon ik de weinige geneugten, die ik in de wereld had, niet smaken; ik kon niet met genoegen eten of schrijven, of verschillende andere zaken verrigten, als ik niet aan eene tafel zat. Ik moet hier aanmerken, dat de rede de grondslag der wiskunde is, en dat [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] avond af, en hakte het zoo goed ik kon in stukken. Vervolgens kookte ik er een stuk van tot soep, en na er wat van gegeten te hebben, gaf ik er Vrijdag ook wat van, dien het zeer goed scheen te smaken, doch wat hem het meest verwonderde, was dat hij er mij zout bij zag eten. Hij gaf mij door teekens te kennen, dat zout niet goed om te eten was; hij stak een weinig in den mond, en hield zich alsof [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hangen, die op twee andere staken steunde, en deze te draaijen. Vrijdag stond dit verbaasd aan te zien, maar toen hij het vleesch proefde, gaf hij mij op allerlei wijzen te verstaan hoe goed het hem smaakte, en eindelijk gaf hij te kennen, dat hij nimmer meer menschenvleesch wilde eten, hetwelk mij zeer aangenaam was. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch smaken, from Proto-West Germanic *smakēn (“to taste”). Equivalent to smaak + -en.

    Verbs referencing "smaken"

    Faroese smakka, Icelandic smakka, English smatch, German, Pennsylvania schmecke, Luxembourgish schmaachen, German, Pennsylvania schmacke.

    Additional Information