slijten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slijten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slijtend
Past participle - Verleden deelwoord: gesleten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslijt
jijslijt
hijslijt
wijslijten
jullieslijten
zijslijten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben gesleten
jijbent gesleten
hijis gesleten
wijzijn gesleten
julliezijn gesleten
zijzijn gesleten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksleet
jijsleet
hijsleet
wijsleten
julliesleten
zijsleten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas gesleten
jijwas gesleten
hijwas gesleten
wijwaren gesleten
julliewaren gesleten
zijwaren gesleten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slijten
jijzult slijten
hijzal slijten
wijzullen slijten
julliezullen slijten
zijzullen slijten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesleten zijn
jijzult gesleten zijn
hijzal gesleten zijn
wijzullen gesleten zijn
julliezullen gesleten zijn
zijzullen gesleten zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slijten
jijzou slijten
hijzou slijten
wijzouden slijten
julliezouden slijten
zijzouden slijten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesleten zijn
jijzou gesleten zijn
hijzou gesleten zijn
wijzouden gesleten zijn
julliezouden gesleten zijn
zijzouden gesleten zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijslijt

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

kwijtraken
verkopen
afslijten
aftakelen, vergaan, verslijten
verminderen
verzwakken

Sample Sentences

  • [...] betreden zou, maar mij naar zijn raad gedragen en mij nimmer weder in zulk gevaar begeven. Thans zag ik duidelijk hoe waar mijn vader gesproken had over den middelstand, hoe gerust hij zijne dagen gesleten had, evenzeer behoed voor de stormen des oceaans, als voor de zorg en onrust van het land. Ik besloot dus, met een opregt berouw, als de verloren zoon, naar mijn ouders huis terug te keeren. (Robinson Crusoe)
  • Met ter tijd echter en door het bewustzijn, dat ik geen gevaar liep van door dit volk ontdekt te worden, begon mijne ongerustheid te slijten, en mijn leven zoo kalm als vroeger te worden; met dit onderscheid, dat ik behoedzamer was, en meer rondzag of een hunner mij ook ontdekken kon. Het was dus zeer gelukkig, dat ik eene tamme kudde [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] er zoo genaturaliseerd en aan mijne levenswijze gewoon, dat zoo ik slechts zeker ware geweest, dat er geene wilden zouden komen, ik tevreden zou geweest zijn met daar het overschot mijns levens te slijten, zelfs tot mijn laatste uur, tot ik, even als de oude bok, mij zou nederleggen en sterven. Ik had mij eenige vermakelijkheden verschaft, die mij den tijd aangenamer deden omgaan dan vroeger. [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] dat het mij een genot was met hem om te gaan. Nu was mijne levenswijze zoo aangenaam, dat, ware ik slechts van de vrees voor de wilden ontslagen geweest, ik gaarne mijn verder leven hier had willen slijten. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch sliten, from Old Dutch *slītan, from Proto-West Germanic *slītan, from Proto-Germanic *slītaną. See: Middle Dutch 'sliten', Proto-Germanic '*slītaną'.

Verbs referencing "slijten"

Danish slide, German, old spelling schleißen, English slite, Luxembourgish schläissen.

Additional Information