Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: slijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slijtend
Past participle - Verleden deelwoord: gesleten
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | slijt |
| jij | slijt |
| hij | slijt |
| wij | slijten |
| jullie | slijten |
| zij | slijten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben gesleten |
| jij | bent gesleten |
| hij | is gesleten |
| wij | zijn gesleten |
| jullie | zijn gesleten |
| zij | zijn gesleten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | sleet |
| jij | sleet |
| hij | sleet |
| wij | sleten |
| jullie | sleten |
| zij | sleten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was gesleten |
| jij | was gesleten |
| hij | was gesleten |
| wij | waren gesleten |
| jullie | waren gesleten |
| zij | waren gesleten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal slijten |
| jij | zult slijten |
| hij | zal slijten |
| wij | zullen slijten |
| jullie | zullen slijten |
| zij | zullen slijten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gesleten zijn |
| jij | zult gesleten zijn |
| hij | zal gesleten zijn |
| wij | zullen gesleten zijn |
| jullie | zullen gesleten zijn |
| zij | zullen gesleten zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou slijten |
| jij | zou slijten |
| hij | zou slijten |
| wij | zouden slijten |
| jullie | zouden slijten |
| zij | zouden slijten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gesleten zijn |
| jij | zou gesleten zijn |
| hij | zou gesleten zijn |
| wij | zouden gesleten zijn |
| jullie | zouden gesleten zijn |
| zij | zouden gesleten zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'slijten'
bijten,
krijten,
kwijten,
ontbijten,
rijten,
schijten,
slijten,
smijten,
spijten,
splijten,
verslijten,
verwijten,
wijten,
Verbs similar to 'slijten'
slijpen,
smijten,
spijten,
splijten,
bijten,
blijken,
blijven,
glijden,
krijten,
kwijten,
Translations
Sample Sentences
-
[...] betreden zou, maar mij naar zijn raad gedragen en mij nimmer weder in zulk gevaar begeven. Thans zag ik duidelijk hoe waar mijn vader gesproken had over den middelstand, hoe gerust hij zijne dagen gesleten had, evenzeer behoed voor de stormen des oceaans, als voor de zorg en onrust van het land. Ik besloot dus, met een opregt berouw, als de verloren zoon, naar mijn ouders huis terug te keeren.
(Robinson Crusoe)
-
Met ter tijd echter en door het bewustzijn, dat ik geen gevaar liep van door dit volk ontdekt te worden, begon mijne ongerustheid te slijten, en mijn leven zoo kalm als vroeger te worden; met dit onderscheid, dat ik behoedzamer was, en meer rondzag of een hunner mij ook ontdekken kon. Het was dus zeer gelukkig, dat ik eene tamme kudde [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] er zoo genaturaliseerd en aan mijne levenswijze gewoon, dat zoo ik slechts zeker ware geweest, dat er geene wilden zouden komen, ik tevreden zou geweest zijn met daar het overschot mijns levens te slijten, zelfs tot mijn laatste uur, tot ik, even als de oude bok, mij zou nederleggen en sterven. Ik had mij eenige vermakelijkheden verschaft, die mij den tijd aangenamer deden omgaan dan vroeger. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat het mij een genot was met hem om te gaan. Nu was mijne levenswijze zoo aangenaam, dat, ware ik slechts van de vrees voor de wilden ontslagen geweest, ik gaarne mijn verder leven hier had willen slijten.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch sliten, from Old Dutch *slītan, from Proto-West Germanic *slītan, from Proto-Germanic *slītaną. See: Middle Dutch '
sliten', Proto-Germanic '
*slītaną'.
Verbs referencing "slijten"
Danish
slide, German, old spelling
schleißen, English
slite, Luxembourgish
schläissen.
Additional Information