Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verwijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwijtend
Past participle - Verleden deelwoord: verweten
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verwijt |
| jij | verwijt |
| hij | verwijt |
| wij | verwijten |
| jullie | verwijten |
| zij | verwijten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verweten |
| jij | hebt verweten |
| hij | heeft verweten |
| wij | hebben verweten |
| jullie | hebben verweten |
| zij | hebben verweten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verweet |
| jij | verweet |
| hij | verweet |
| wij | verweten |
| jullie | verweten |
| zij | verweten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verweten |
| jij | had verweten |
| hij | had verweten |
| wij | hadden verweten |
| jullie | hadden verweten |
| zij | hadden verweten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verwijten |
| jij | zult verwijten |
| hij | zal verwijten |
| wij | zullen verwijten |
| jullie | zullen verwijten |
| zij | zullen verwijten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verweten hebben |
| jij | zult verweten hebben |
| hij | zal verweten hebben |
| wij | zullen verweten hebben |
| jullie | zullen verweten hebben |
| zij | zullen verweten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verwijten |
| jij | zou verwijten |
| hij | zou verwijten |
| wij | zouden verwijten |
| jullie | zouden verwijten |
| zij | zouden verwijten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verweten hebben |
| jij | zou verweten hebben |
| hij | zou verweten hebben |
| wij | zouden verweten hebben |
| jullie | zouden verweten hebben |
| zij | zouden verweten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verwijten'
bijten,
krijten,
kwijten,
ontbijten,
rijten,
schijten,
slijten,
smijten,
spijten,
splijten,
verslijten,
verwijten,
wijten,
Verbs similar to 'verwijten'
verwijden,
verwijlen,
verwijzen,
verdwijnen,
vergieten,
verkwisten,
verlijden,
vermijden,
verslijten,
verzwijgen,
Translations
blame, place blame upon
rebuke, to criticise harshly; to reprove
Sample Sentences
-
[...] pligt verlaten had. Al de goede raadgevingen mijner ouders, de tranen mijns vaders, de gebeden mijner moeder kwamen mij voor den geest, en mijn geweten, dat nog niet zoo verhard was als naderhand, verweet mij, dat ik wijzen raad veronachtzaamd, het vaderlijk gezag miskend en Gods wetten overtreden had.
(Robinson Crusoe)
-
[...] oogen vertoonde; nu mijn moed door eene zware ongesteldheid vernietigd werd, en de natuur door de hevigheid der koorts uitgeput was; begon mijn geweten, dat zoo lang gesluimerd had, te ontwaken. Ik verweet mij mijn vorig leven, dat mij zoo blijkbaar de straffende hand Gods op den hals had gehaald. Deze overwegingen kwelden mij van den tweeden of derden dag mijner ziekte, en zoo wel de hevigheid der [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ik daar maar weder zijn mogt. Verlangend strekte ik er de handen naar uit. " O, gelukkig oord, " zeide ik, " ik zal u nimmer wederzien ! Rampzalige, die ik ben, waar ga ik heen ? " Vervolgens verweet ik mijzelven mijne ondankbaarheid, en hoe ik over mijn eenzamen toestand getreurd had, en wat ik nu wel niet zou willen geven als ik daar slechts weder aan wal was ! Zoo zien wij nimmer onzen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat gegrond was op de vele bewijzen zijner goedheid jegens mij; als of Hij, die mij tot hiertoe zoo wonderdadig gespijsd had, niet door zijne magt, ook den mij geschonken voorraad kon beschermen. Ik verweet mij thans mijne luiheid, dat ik niet meer koorn had gezaaid, dan ik voor een jaar zou genoeg hebben, als of het te veld staande niet door eenig toeval kon te loor gaan; en deze bedenking achtte ik [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + wijten (“to blame”).
Additional Information