schreeuwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schreeuwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schreeuwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schreeuwend
Past participle - Verleden deelwoord: geschreeuwd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschreeuw
jijschreeuwt
hijschreeuwt
wijschreeuwen
jullieschreeuwen
zijschreeuwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschreeuwd
jijhebt geschreeuwd
hijheeft geschreeuwd
wijhebben geschreeuwd
julliehebben geschreeuwd
zijhebben geschreeuwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschreeuwde
jijschreeuwde
hijschreeuwde
wijschreeuwden
jullieschreeuwden
zijschreeuwden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschreeuwd
jijhad geschreeuwd
hijhad geschreeuwd
wijhadden geschreeuwd
julliehadden geschreeuwd
zijhadden geschreeuwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schreeuwen
jijzult schreeuwen
hijzal schreeuwen
wijzullen schreeuwen
julliezullen schreeuwen
zijzullen schreeuwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschreeuwd hebben
jijzult geschreeuwd hebben
hijzal geschreeuwd hebben
wijzullen geschreeuwd hebben
julliezullen geschreeuwd hebben
zijzullen geschreeuwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schreeuwen
jijzou schreeuwen
hijzou schreeuwen
wijzouden schreeuwen
julliezouden schreeuwen
zijzouden schreeuwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschreeuwd hebben
jijzou geschreeuwd hebben
hijzou geschreeuwd hebben
wijzouden geschreeuwd hebben
julliezouden geschreeuwd hebben
zijzouden geschreeuwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschreeuw

Translations

  • bawl, (intransitive) To shout or utter in a loud and intense manner
  • call, to cry or shout
  • cry, intransitive: to shout, scream, yell
  • cry, transitive: to shout, to scream (words)
  • holler, to yell, shout
  • scream, to make the sound of a scream
  • squall, to cry or wail loudly
  • yell, shout (verb)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    brullen
    gillen, krijsen
    blèren
    huilen, janken
    roepen
    vragen
    fulmineren
    joelen, razen, tekeergaan, tieren

    Sample Sentences

    • [...] onze geweren nu met groven ganzenhagel of kleine pistoolkogels geladen waren, zagen wij slechts twee vallen, maar eene groote menigte waren gewond, die als razenden heen en weder liepen, gillende en schreeuwende, terwijl spoedig daarna er nog drie of vier, die zwaar gekwetst waren, nederstortten. (Robinson Crusoe)
    • [...] geweer nederleggende, en het nog geladen musket opnemende. Hij deed het moedig, en ik kwam het bosch uit en vertoonde mij, met Vrijdag vlak achter mij. Zoodra ik bemerkte, dat zij mij zagen schreeuwde ik zoo luid als ik kon, en gelastte Vrijdag dit ook te doen; en zoo hard als ik loopen kon, hetgeen in het voorbijgaan gezegd, door de wapens waarmede ik beladen was, niet zeer snel ging, begaf ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] in de kanoe zitten; maar toen Vrijdag hem hoorde spreken en hem in het gelaat zag, zou het iedereen tot tranen bewogen hebben, die gezien had hoe Vrijdag hem kuste, omhelsde en troetelde, hoe hij schreeuwde, lachte, juichte, sprong, danste, zong, dan weder schreeuwde, de handen wrong, zich op het gelaat en de borst sloeg, en dan weder als een razende danste en sprong. Het duurde eene geruime [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het gelaat zag, zou het iedereen tot tranen bewogen hebben, die gezien had hoe Vrijdag hem kuste, omhelsde en troetelde, hoe hij schreeuwde, lachte, juichte, sprong, danste, zong, dan weder schreeuwde, de handen wrong, zich op het gelaat en de borst sloeg, en dan weder als een razende danste en sprong. Het duurde eene geruime poos eer ik het zoo ver brengen kon, dat hij tot mij sprak en mij zeide [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] naar de andere sloep gingen, en wij zagen, dat zij zeer verbaasd stonden van haar zonder roer of riemen, en met een gat in den bodem terug te vinden. Na eenig nadenken begonnen zij uit alle magt te schreeuwen, ten einde hunne makkers hen zouden hooren, doch dit hielp niet, toen gingen zij allen bij elkander staan en gaven te gelijk vuur met hun klein geweer, zoodat het door het bosch weergalmde, doch dit [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] echter op den heuvel geklommen waren, vanwaar zij een wijd uitzigt over de dalen en bosschen hadden, die aan de noord-oostzijde, en waar het eiland het laagste was, lagen, begonnen zij zoo hard te schreeuwen als zij konden, en daar zij, naar het schijnt, het niet durfden wagen te ver van de kust te gaan, of zich in kleine partijen te verdeelen, gingen zij onder een boom zitten om te raadplegen. Zoo zij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] westwaarts, waar de wilden met Vrijdag bij zich aan land waren gekomen, over te trekken, en zoodra zij op eene kleine hoogte op ongeveer een half kwartier uurs afstand gekomen waren, zoo hard te schreeuwen als zij konden, en te wachten of zij bespeurden, dat de matrozen hen hoorden, dat zoodra zij dezen hun hoorden antwoorden, zij weder moesten roepen, en dan steeds uit hun gezigt blijvende, in de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] waren, dat er of inwoners op waren, die hen allen zouden vermoorden, of dat het door duivels of helsche geesten bewoond was, die hen verscheuren of naar de hel slepen zouden. Zij begonnen weder te schreeuwen en hunne makkers herhaalde malen bij hunnen naam te roepen. Na eenigen tijd konden wij hen bij het weinige licht, dat er was, als wanhopigen en de handen wringende, heen en weder zien loopen; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] onder ons. Deze werden dadelijk afgemaakt en de overigen waren zoo verschrikt van het vuur, dat zij een weinig terugtrokken. Hierop gelastte ik al onze pistolen gelijk af te vuren en tevens hard te schreeuwen, waarop de wolven het hazenpad kozen, en wij op een twintig gekwetsten aanvielen, die op den grond lagen, en ze in een oogenblik afmaakten, hetwelk een gelukkig gevolg had, want hun gekerm en gehuil [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch schrêwen, from Old Dutch *skrēwon, from Proto-Germanic *skraiwōną. Related to Dutch schreien. See: Old Dutch '*skrēwon', Dutch 'schreien'.

    Additional Information