tieren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tieren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tieren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tierend
Past participle - Verleden deelwoord: getierd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktier
jijtiert
hijtiert
wijtieren
jullietieren
zijtieren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getierd
jijhebt getierd
hijheeft getierd
wijhebben getierd
julliehebben getierd
zijhebben getierd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktierde
jijtierde
hijtierde
wijtierden
jullietierden
zijtierden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getierd
jijhad getierd
hijhad getierd
wijhadden getierd
julliehadden getierd
zijhadden getierd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tieren
jijzult tieren
hijzal tieren
wijzullen tieren
julliezullen tieren
zijzullen tieren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getierd hebben
jijzult getierd hebben
hijzal getierd hebben
wijzullen getierd hebben
julliezullen getierd hebben
zijzullen getierd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tieren
jijzou tieren
hijzou tieren
wijzouden tieren
julliezouden tieren
zijzouden tieren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getierd hebben
jijzou getierd hebben
hijzou getierd hebben
wijzouden getierd hebben
julliezouden getierd hebben
zijzouden getierd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtier

Translations

  • inveigh, to [[complain]] loudly, to give voice to one's censure or criticism {{m|en|against
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    1. From Middle Dutch tieren, from Proto-West Germanic *tiari- (“neat, splendid”), from Proto-Germanic *diH-or-i-. The ultimate origin is uncertain, but cognate with Old Norse tærr (“clear (water)”), which could be related to tár (“tear”) << Proto-Germanic *tahrą.
    2. Cognate with German zieren, and also sieren which was borrowed from Middle High German. See: German, old spelling 'zieren'.

    Additional Information