janken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of janken

The word "janken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: janken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: jankend
Past participle - Verleden deelwoord: gejankt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikjank
jijjankt
hijjankt
wijjanken
julliejanken
zijjanken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gejankt
jijhebt gejankt
hijheeft gejankt
wijhebben gejankt
julliehebben gejankt
zijhebben gejankt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikjankte
jijjankte
hijjankte
wijjankten
julliejankten
zijjankten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gejankt
jijhad gejankt
hijhad gejankt
wijhadden gejankt
julliehadden gejankt
zijhadden gejankt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal janken
jijzult janken
hijzal janken
wijzullen janken
julliezullen janken
zijzullen janken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gejankt hebben
jijzult gejankt hebben
hijzal gejankt hebben
wijzullen gejankt hebben
julliezullen gejankt hebben
zijzullen gejankt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou janken
jijzou janken
hijzou janken
wijzouden janken
julliezouden janken
zijzouden janken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gejankt hebben
jijzou gejankt hebben
hijzou gejankt hebben
wijzouden gejankt hebben
julliezouden gejankt hebben
zijzouden gejankt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijjank

Verbs similar to 'janken'

Translations

  • cry, intransitive: to weep
  • yowl, utter a yowl
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De hond jankte zachtjes door de pijn. (The dog whined softly because of the pain.)
    • Zit hij daar te janken gelijk een klein kind! (He's sat there crying like a little child!)

    Etymology

    From Middle Dutch janken, further etymology unknown.

    Verbs referencing "janken"

    English juggle, Proto-Slavic ękati.

    Additional Information