Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: rijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rijdend
Past participle - Verleden deelwoord: gereden
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | rijd; rij |
| jij | rijdt |
| hij | rijdt |
| wij | rijden |
| jullie | rijden |
| zij | rijden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gereden |
| jij | hebt gereden |
| hij | heeft gereden |
| wij | hebben gereden |
| jullie | hebben gereden |
| zij | hebben gereden |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | reed |
| jij | reed |
| hij | reed |
| wij | reden |
| jullie | reden |
| zij | reden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gereden |
| jij | had gereden |
| hij | had gereden |
| wij | hadden gereden |
| jullie | hadden gereden |
| zij | hadden gereden |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal rijden |
| jij | zult rijden |
| hij | zal rijden |
| wij | zullen rijden |
| jullie | zullen rijden |
| zij | zullen rijden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gereden hebben |
| jij | zult gereden hebben |
| hij | zal gereden hebben |
| wij | zullen gereden hebben |
| jullie | zullen gereden hebben |
| zij | zullen gereden hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou rijden |
| jij | zou rijden |
| hij | zou rijden |
| wij | zouden rijden |
| jullie | zouden rijden |
| zij | zouden rijden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gereden hebben |
| jij | zou gereden hebben |
| hij | zou gereden hebben |
| wij | zouden gereden hebben |
| jullie | zouden gereden hebben |
| zij | zouden gereden hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'rijden'
aaneenrijgen,
aanglijden,
aankijken,
aanrijden,
aanrijgen,
aanschrijden,
aansnijden,
aanstijgen,
aanstrijken,
achternarijden,
achteromkijken,
achteruitrijden,
afkijken,
afkrijgen,
afrijden,
afrijgen,
afsnijden,
afstijgen,
afwijken,
begrijpen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'rijden'
lijden,
mijden,
rijgen,
rijpen,
rijten,
rijzen,
wijden,
afrijden,
bidden,
bieden,
Translations
cycle, to ride a cycle
drive, to operate (a wheeled motorized vehicle)
drive, to travel by operating a motorized vehicle
drive, to convey (a person, etc) in a wheeled motorized vehicle
ride, to transport oneself by sitting on and directing a horse, bicycle etc.
ride, to be transported in a vehicle as a passenger
Sample Sentences
-
[...] als een ander. Ik stond dadelijk op, strompelde naar de pomp en ging ijverig aan het werk. Terwijl dit gebeurde, zag de kapitein eenige ligte kolenschepen, die niet in staat zijnde den storm uit te rijden, hunne ankers hadden laten glippen en naar zee gingen, terwijl zij digt langs ons heen liepen. Hij gaf last een noodschot te doen. Ik, die niet wist wat dit beteekende, dacht dat het schip in tweeën [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] kon ik toch niet geheel naakt gaan, al had ik er lust toe gehad, hetgeen in ' t geheel het geval niet was, want ik kon, ofschoon ik geheel alleen was, het denkbeeld er van niet verdragen. Eene reden, waarom ik niet geheel naakt kon gaan, was, dat ik geheel naakt, niet zoo goed de zonnehitte verdragen kon, als wanneer ik eenige kleederen aan had; want de zon verschroeide letterlijk mijne huid, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] aan, dat hij geen tijd of geen tegenwoordigheid van geest genoeg had om zijn pistool uit te halen, maar allergeweldigst om hulp riep. Vrijdag was juist naast mij, ik gelastte hem vooruit te rijden, om te zien wat er te doen was. Zoodra Vrijdag hem in het gezigt kreeg, riep hij zoo hard als de ander: " O meester, meester ! " maar daar hij een moedige kerel was, reed hij tot vlak bij den [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hem vooruit te rijden, om te zien wat er te doen was. Zoodra Vrijdag hem in het gezigt kreeg, riep hij zoo hard als de ander: " O meester, meester ! " maar daar hij een moedige kerel was, reed hij tot vlak bij den man, en schoot den wolf met een pistool door den kop.
(Robinson Crusoe)
-
[...] als eene kat in den boom, schoon hij zulk een plomp dier was. Ik stond versteld van de dolheid van mijn knecht, en kon nog maar niets zien om te lagchen, doch toen wij den beer op den boom zagen, reden wij allen er digter naar toe.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch riden, from Old Dutch rīdan, from Proto-West Germanic *rīdan, from Proto-Germanic *rīdaną, from Proto-Indo-European *reydʰ-. See: Middle Dutch '
riden', Proto-Germanic '
*rīdaną'.
Verbs referencing "rijden"
English
ride, Norwegian
ri, German, old spelling
reiten, Afrikaans
ry, Luxembourgish
reiden, Esperanto
rajdi, German, Pennsylvania
reide, Sranan
rèi.
Additional Information