rijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rijdend
Past participle - Verleden deelwoord: gereden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrijd; rij
jijrijdt
hijrijdt
wijrijden
jullierijden
zijrijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gereden
jijhebt gereden
hijheeft gereden
wijhebben gereden
julliehebben gereden
zijhebben gereden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikreed
jijreed
hijreed
wijreden
julliereden
zijreden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gereden
jijhad gereden
hijhad gereden
wijhadden gereden
julliehadden gereden
zijhadden gereden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rijden
jijzult rijden
hijzal rijden
wijzullen rijden
julliezullen rijden
zijzullen rijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gereden hebben
jijzult gereden hebben
hijzal gereden hebben
wijzullen gereden hebben
julliezullen gereden hebben
zijzullen gereden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rijden
jijzou rijden
hijzou rijden
wijzouden rijden
julliezouden rijden
zijzouden rijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gereden hebben
jijzou gereden hebben
hijzou gereden hebben
wijzouden gereden hebben
julliezouden gereden hebben
zijzouden gereden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrijd; rij

Translations

  • cycle, to ride a cycle
  • drive, to operate (a wheeled motorized vehicle)
  • drive, to travel by operating a motorized vehicle
  • drive, to convey (a person, etc) in a wheeled motorized vehicle
  • ride, to transport oneself by sitting on and directing a horse, bicycle etc.
  • ride, to be transported in a vehicle as a passenger
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    besturen
    chaufferen

    Sample Sentences

    • [...] als een ander. Ik stond dadelijk op, strompelde naar de pomp en ging ijverig aan het werk. Terwijl dit gebeurde, zag de kapitein eenige ligte kolenschepen, die niet in staat zijnde den storm uit te rijden, hunne ankers hadden laten glippen en naar zee gingen, terwijl zij digt langs ons heen liepen. Hij gaf last een noodschot te doen. Ik, die niet wist wat dit beteekende, dacht dat het schip in tweeën [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kon ik toch niet geheel naakt gaan, al had ik er lust toe gehad, hetgeen in ' t geheel het geval niet was, want ik kon, ofschoon ik geheel alleen was, het denkbeeld er van niet verdragen. Eene reden, waarom ik niet geheel naakt kon gaan, was, dat ik geheel naakt, niet zoo goed de zonnehitte verdragen kon, als wanneer ik eenige kleederen aan had; want de zon verschroeide letterlijk mijne huid, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] aan, dat hij geen tijd of geen tegenwoordigheid van geest genoeg had om zijn pistool uit te halen, maar allergeweldigst om hulp riep. Vrijdag was juist naast mij, ik gelastte hem vooruit te rijden, om te zien wat er te doen was. Zoodra Vrijdag hem in het gezigt kreeg, riep hij zoo hard als de ander: " O meester, meester ! " maar daar hij een moedige kerel was, reed hij tot vlak bij den [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hem vooruit te rijden, om te zien wat er te doen was. Zoodra Vrijdag hem in het gezigt kreeg, riep hij zoo hard als de ander: " O meester, meester ! " maar daar hij een moedige kerel was, reed hij tot vlak bij den man, en schoot den wolf met een pistool door den kop. (Robinson Crusoe)
    • [...] als eene kat in den boom, schoon hij zulk een plomp dier was. Ik stond versteld van de dolheid van mijn knecht, en kon nog maar niets zien om te lagchen, doch toen wij den beer op den boom zagen, reden wij allen er digter naar toe. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch riden, from Old Dutch rīdan, from Proto-West Germanic *rīdan, from Proto-Germanic *rīdaną, from Proto-Indo-European *reydʰ-. See: Middle Dutch 'riden', Proto-Germanic '*rīdaną'.

    Verbs referencing "rijden"

    English ride, Norwegian ri, German, old spelling reiten, Afrikaans ry, Luxembourgish reiden, Esperanto rajdi, German, Pennsylvania reide, Sranan rèi.

    Additional Information