prefereren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of prefereren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: prefereren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: prefererend
Past participle - Verleden deelwoord: geprefereerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikprefereer
jijprefereert
hijprefereert
wijprefereren
jullieprefereren
zijprefereren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geprefereerd
jijhebt geprefereerd
hijheeft geprefereerd
wijhebben geprefereerd
julliehebben geprefereerd
zijhebben geprefereerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikprefereerde
jijprefereerde
hijprefereerde
wijprefereerden
jullieprefereerden
zijprefereerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geprefereerd
jijhad geprefereerd
hijhad geprefereerd
wijhadden geprefereerd
julliehadden geprefereerd
zijhadden geprefereerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal prefereren
jijzult prefereren
hijzal prefereren
wijzullen prefereren
julliezullen prefereren
zijzullen prefereren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geprefereerd hebben
jijzult geprefereerd hebben
hijzal geprefereerd hebben
wijzullen geprefereerd hebben
julliezullen geprefereerd hebben
zijzullen geprefereerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou prefereren
jijzou prefereren
hijzou prefereren
wijzouden prefereren
julliezouden prefereren
zijzouden prefereren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geprefereerd hebben
jijzou geprefereerd hebben
hijzou geprefereerd hebben
wijzouden geprefereerd hebben
julliezouden geprefereerd hebben
zijzouden geprefereerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijprefereer

Translations

  • prefer, to favor
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Middle French preferer, from Latin praeferre. See: Middle French 'preferer', Latin 'praefero'.

    Additional Information