federeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of federeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: federeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: federerend
Past participle - Verleden deelwoord: gefedereerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfedereer
jijfedereert
hijfedereert
wijfedereren
julliefedereren
zijfedereren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefedereerd
jijhebt gefedereerd
hijheeft gefedereerd
wijhebben gefedereerd
julliehebben gefedereerd
zijhebben gefedereerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfedereerde
jijfedereerde
hijfedereerde
wijfedereerden
julliefedereerden
zijfedereerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefedereerd
jijhad gefedereerd
hijhad gefedereerd
wijhadden gefedereerd
julliehadden gefedereerd
zijhadden gefedereerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal federeren
jijzult federeren
hijzal federeren
wijzullen federeren
julliezullen federeren
zijzullen federeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefedereerd hebben
jijzult gefedereerd hebben
hijzal gefedereerd hebben
wijzullen gefedereerd hebben
julliezullen gefedereerd hebben
zijzullen gefedereerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou federeren
jijzou federeren
hijzou federeren
wijzouden federeren
julliezouden federeren
zijzouden federeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefedereerd hebben
jijzou gefedereerd hebben
hijzou gefedereerd hebben
wijzouden gefedereerd hebben
julliezouden gefedereerd hebben
zijzouden gefedereerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfedereer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information