Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: pakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pakkend
Past participle - Verleden deelwoord: gepakt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | pak |
| jij | pakt |
| hij | pakt |
| wij | pakken |
| jullie | pakken |
| zij | pakken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gepakt |
| jij | hebt gepakt |
| hij | heeft gepakt |
| wij | hebben gepakt |
| jullie | hebben gepakt |
| zij | hebben gepakt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | pakte |
| jij | pakte |
| hij | pakte |
| wij | pakten |
| jullie | pakten |
| zij | pakten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gepakt |
| jij | had gepakt |
| hij | had gepakt |
| wij | hadden gepakt |
| jullie | hadden gepakt |
| zij | hadden gepakt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal pakken |
| jij | zult pakken |
| hij | zal pakken |
| wij | zullen pakken |
| jullie | zullen pakken |
| zij | zullen pakken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gepakt hebben |
| jij | zult gepakt hebben |
| hij | zal gepakt hebben |
| wij | zullen gepakt hebben |
| jullie | zullen gepakt hebben |
| zij | zullen gepakt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou pakken |
| jij | zou pakken |
| hij | zou pakken |
| wij | zouden pakken |
| jullie | zouden pakken |
| zij | zouden pakken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gepakt hebben |
| jij | zou gepakt hebben |
| hij | zou gepakt hebben |
| wij | zouden gepakt hebben |
| jullie | zouden gepakt hebben |
| zij | zouden gepakt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'pakken'
aanbaffen,
aanbikken,
aanblikken,
aandikken,
aandrukken,
aaneenplakken,
aaneenstrikken,
aanfokken,
aankwakken,
aanlokken,
aanpakken,
aanpassen,
aanpikken,
aanplakken,
aanploffen,
aanprikken,
aanschaffen,
aansloffen,
aanstikken,
aanstoffen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'pakken'
bakken,
gakken,
hakken,
lakken,
plakken,
prakken,
zakken,
afpakken,
bukken,
danken,
Translations
get, to obtain
seize, grab
sic, set upon
take, to get into one's hands or control
Sample Sentences
-
[...] met mij. Het volgende jaar ging het met mijne plantaadje zeer goed; ik trok van mijn eigen grond vijftig groote rollen tabak, ieder van meer dan 100 [ lb = gewicht ], en deze vijftig rollen werden gepakt en bleven liggen, in afwachting, dat de vloot van Lissabon zou terugkomen. En daar nu mijne bezigheden en goederen vermeerderden, begon ik over allerlei ontwerpen, en ondernemingen boven mijn [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hetwelk ik alles ondereen wierp, of ik het soms noodig mogt hebben. Ook vond ik drie goede Bijbels, die bij de lading, mij uit Engeland gezonden, geweest waren, en die ik onder mijne bagaadje gepakt had, ook eenige Portugesche boeken, en daar onder twee of drie Roomsche gebedenboeken en andere werken, die ik allen zorgvuldig borg. En ik moet niet vergeten, dat wij aan boord een hond en twee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] leven had doen inzien en tot berouw over hetzelve gebragt. Nimmer vatte ik den Bijbel op, of ik dankte God, dat Hij mijn vriend in Engeland dien zonder mijn orders onder mijne goederen had doen pakken, en mij dien naderhand uit het wrak laten redden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] tot vrees te geven. Toen echter Vrijdag den eenen wolf had doodgeschoten, liet de ander dadelijk het paard los, en nam de vlugt. Gelukkig had hij het bij den kop gegrepen en het gebit in zijn bek gepakt, zoo dat hij het paard weinig kwaad had gedaan. De gids had meer geleden; want hij was tweemaal door het beest gebeten, eens in den arm en eens in de dij, en hij stond op het punt om van zijn [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch packen. Equivalent to pak + -en. Cognate with West Frisian pakke (“to take, grip”), Saterland Frisian pakje (“to grab, take”), German Low German packen (“to grab”). See: Frisian, Saterlandic 'pakje'.
Verbs referencing "pakken"
German, old spelling
packen.
Additional Information