pakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of pakken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: pakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pakkend
Past participle - Verleden deelwoord: gepakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpak
jijpakt
hijpakt
wijpakken
julliepakken
zijpakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepakt
jijhebt gepakt
hijheeft gepakt
wijhebben gepakt
julliehebben gepakt
zijhebben gepakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpakte
jijpakte
hijpakte
wijpakten
julliepakten
zijpakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepakt
jijhad gepakt
hijhad gepakt
wijhadden gepakt
julliehadden gepakt
zijhadden gepakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal pakken
jijzult pakken
hijzal pakken
wijzullen pakken
julliezullen pakken
zijzullen pakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepakt hebben
jijzult gepakt hebben
hijzal gepakt hebben
wijzullen gepakt hebben
julliezullen gepakt hebben
zijzullen gepakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou pakken
jijzou pakken
hijzou pakken
wijzouden pakken
julliezouden pakken
zijzouden pakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepakt hebben
jijzou gepakt hebben
hijzou gepakt hebben
wijzouden gepakt hebben
julliezouden gepakt hebben
zijzouden gepakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpak

Translations

  • get, to obtain
  • seize, grab
  • sic, set upon
  • take, to get into one's hands or control
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beetpakken
    grijpen, nemen, vastnemen, vatten
    aanhouden
    betrappen
    inpakken
    verpakken
    drinken
    gebruiken, nemen
    krijgen
    oplopen
    beetnemen
    benadelen, duperen
    boeien
    fascineren

    Sample Sentences

    • [...] met mij. Het volgende jaar ging het met mijne plantaadje zeer goed; ik trok van mijn eigen grond vijftig groote rollen tabak, ieder van meer dan 100 [ lb = gewicht ], en deze vijftig rollen werden gepakt en bleven liggen, in afwachting, dat de vloot van Lissabon zou terugkomen. En daar nu mijne bezigheden en goederen vermeerderden, begon ik over allerlei ontwerpen, en ondernemingen boven mijn [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hetwelk ik alles ondereen wierp, of ik het soms noodig mogt hebben. Ook vond ik drie goede Bijbels, die bij de lading, mij uit Engeland gezonden, geweest waren, en die ik onder mijne bagaadje gepakt had, ook eenige Portugesche boeken, en daar onder twee of drie Roomsche gebedenboeken en andere werken, die ik allen zorgvuldig borg. En ik moet niet vergeten, dat wij aan boord een hond en twee [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] leven had doen inzien en tot berouw over hetzelve gebragt. Nimmer vatte ik den Bijbel op, of ik dankte God, dat Hij mijn vriend in Engeland dien zonder mijn orders onder mijne goederen had doen pakken, en mij dien naderhand uit het wrak laten redden. (Robinson Crusoe)
    • [...] tot vrees te geven. Toen echter Vrijdag den eenen wolf had doodgeschoten, liet de ander dadelijk het paard los, en nam de vlugt. Gelukkig had hij het bij den kop gegrepen en het gebit in zijn bek gepakt, zoo dat hij het paard weinig kwaad had gedaan. De gids had meer geleden; want hij was tweemaal door het beest gebeten, eens in den arm en eens in de dij, en hij stond op het punt om van zijn [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch packen. Equivalent to pak + -en. Cognate with West Frisian pakke (“to take, grip”), Saterland Frisian pakje (“to grab, take”), German Low German packen (“to grab”). See: Frisian, Saterlandic 'pakje'.

    Verbs referencing "pakken"

    German, old spelling packen.

    Additional Information