verpakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verpakken

The word "verpakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verpakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verpakkend
Past participle - Verleden deelwoord: verpakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverpak
jijverpakt
hijverpakt
wijverpakken
jullieverpakken
zijverpakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verpakt
jijhebt verpakt
hijheeft verpakt
wijhebben verpakt
julliehebben verpakt
zijhebben verpakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverpakte
jijverpakte
hijverpakte
wijverpakten
jullieverpakten
zijverpakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verpakt
jijhad verpakt
hijhad verpakt
wijhadden verpakt
julliehadden verpakt
zijhadden verpakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verpakken
jijzult verpakken
hijzal verpakken
wijzullen verpakken
julliezullen verpakken
zijzullen verpakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verpakt hebben
jijzult verpakt hebben
hijzal verpakt hebben
wijzullen verpakt hebben
julliezullen verpakt hebben
zijzullen verpakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verpakken
jijzou verpakken
hijzou verpakken
wijzouden verpakken
julliezouden verpakken
zijzouden verpakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verpakt hebben
jijzou verpakt hebben
hijzou verpakt hebben
wijzouden verpakt hebben
julliezouden verpakt hebben
zijzouden verpakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverpak

Verbs similar to 'verpakken'

Translations

  • bag, to put into a bag
  • box, to place inside a box
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + pakken.

    Additional Information