opwinden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opwinden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opwinden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opwindend
Past participle - Verleden deelwoord: opgewonden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwind op
jijwindt op
hijwindt op
wijwinden op
julliewinden op
zijwinden op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgewonden
jijhebt opgewonden
hijheeft opgewonden
wijhebben opgewonden
julliehebben opgewonden
zijhebben opgewonden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwond op
jijwond op
hijwond op
wijwonden op
julliewonden op
zijwonden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgewonden
jijhad opgewonden
hijhad opgewonden
wijhadden opgewonden
julliehadden opgewonden
zijhadden opgewonden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opwinden
jijzult opwinden
hijzal opwinden
wijzullen opwinden
julliezullen opwinden
zijzullen opwinden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgewonden hebben
jijzult opgewonden hebben
hijzal opgewonden hebben
wijzullen opgewonden hebben
julliezullen opgewonden hebben
zijzullen opgewonden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opwinden
jijzou opwinden
hijzou opwinden
wijzouden opwinden
julliezouden opwinden
zijzouden opwinden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgewonden hebben
jijzou opgewonden hebben
hijzou opgewonden hebben
wijzouden opgewonden hebben
julliezouden opgewonden hebben
zijzouden opgewonden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwind op

Translations

  • kindle, to arouse
  • heat, to arouse, to excite (sexually)
  • chafe, to excite passion or anger in
  • excite, to stir the emotions of
  • coil, wind into regular rings
  • coil, wind into loops
  • thrill, suddenly excite someone, or to give someone great pleasure; to electrify
  • arouse, to sexually stimulate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    enthousiasmeren
    prikkelen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch opwinden. Equivalent to op (“up”) + winden (“wind”).

    Additional Information