misleiden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of misleiden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: misleiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: misleidend
Past participle - Verleden deelwoord: misleid

Cognates

See the 2 cognates of misleiden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmisleid
jijmisleidt
hijmisleidt
wijmisleiden
julliemisleiden
zijmisleiden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb misleid
jijhebt misleid
hijheeft misleid
wijhebben misleid
julliehebben misleid
zijhebben misleid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmisleidde
jijmisleidde
hijmisleidde
wijmisleidden
julliemisleidden
zijmisleidden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad misleid
jijhad misleid
hijhad misleid
wijhadden misleid
julliehadden misleid
zijhadden misleid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal misleiden
jijzult misleiden
hijzal misleiden
wijzullen misleiden
julliezullen misleiden
zijzullen misleiden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal misleid hebben
jijzult misleid hebben
hijzal misleid hebben
wijzullen misleid hebben
julliezullen misleid hebben
zijzullen misleid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou misleiden
jijzou misleiden
hijzou misleiden
wijzouden misleiden
julliezouden misleiden
zijzouden misleiden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou misleid hebben
jijzou misleid hebben
hijzou misleid hebben
wijzouden misleid hebben
julliezouden misleid hebben
zijzouden misleid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmisleid

Translations

  • abuse, to deceive
  • cheat, to deceive
  • delude, to deceive
  • hum, to deceive
  • spoof, to deceive
  • mislead, lead in a false direction
  • deceive, trick or mislead
  • jive, be deceptive
  • bamboozle, to con, defraud, trick
  • beguile, to deceive or delude (using guile)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bedriegen
    verwarren, voorliegen

    Sample Sentences

    Etymology

    From mis- (“mis-”) + leiden (“to lead”). Cognate with Old English mislǣdan (“to mislead”) and English mislead. See: English 'mislead'.

    Additional Information