gebieden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gebieden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gebieden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gebiedend
Past participle - Verleden deelwoord: geboden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgebied
jijgebiedt
hijgebiedt
wijgebieden
julliegebieden
zijgebieden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geboden
jijhebt geboden
hijheeft geboden
wijhebben geboden
julliehebben geboden
zijhebben geboden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgebood
jijgebood
hijgebood
wijgeboden
julliegeboden
zijgeboden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geboden
jijhad geboden
hijhad geboden
wijhadden geboden
julliehadden geboden
zijhadden geboden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gebieden
jijzult gebieden
hijzal gebieden
wijzullen gebieden
julliezullen gebieden
zijzullen gebieden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geboden hebben
jijzult geboden hebben
hijzal geboden hebben
wijzullen geboden hebben
julliezullen geboden hebben
zijzullen geboden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gebieden
jijzou gebieden
hijzou gebieden
wijzouden gebieden
julliezouden gebieden
zijzouden gebieden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geboden hebben
jijzou geboden hebben
hijzou geboden hebben
wijzouden geboden hebben
julliezouden geboden hebben
zijzouden geboden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgebied

Translations

  • bid, to issue a command
  • order, to issue a command
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bevelen
    gelasten, opdragen
    eisen
    verlangen, verplichten

    Antonyms

    bevelen
    smeken, bidden, soebatten, verzoeken, vragen

    Sample Sentences

    • [...] heeft, Hij het ook bestiert en leidt, want wie alles kan maken, kan het ook regelen en bestieren. En dan gebeurt er ook niets in den geheelen omkring zijner werken, zonder dat hij het weet of gebiedt. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch gebieden, from Old Dutch gibiedan. Equivalent to ge- + bieden.

    Additional Information