opdragen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opdragen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opdragen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opdragend
Past participle - Verleden deelwoord: opgedragen

Cognates

See the 3 cognates of opdragen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdraag op
jijdraagt op
hijdraagt op
wijdragen op
julliedragen op
zijdragen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgedragen
jijhebt opgedragen
hijheeft opgedragen
wijhebben opgedragen
julliehebben opgedragen
zijhebben opgedragen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdroeg op
jijdroeg op
hijdroeg op
wijdroegen op
julliedroegen op
zijdroegen op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgedragen
jijhad opgedragen
hijhad opgedragen
wijhadden opgedragen
julliehadden opgedragen
zijhadden opgedragen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opdragen
jijzult opdragen
hijzal opdragen
wijzullen opdragen
julliezullen opdragen
zijzullen opdragen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgedragen hebben
jijzult opgedragen hebben
hijzal opgedragen hebben
wijzullen opgedragen hebben
julliezullen opgedragen hebben
zijzullen opgedragen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opdragen
jijzou opdragen
hijzou opdragen
wijzouden opdragen
julliezouden opdragen
zijzouden opdragen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgedragen hebben
jijzou opgedragen hebben
hijzou opgedragen hebben
wijzouden opgedragen hebben
julliezouden opgedragen hebben
zijzouden opgedragen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdraag op

Translations

  • set, to devise and assign work
  • charge, to assign a duty to
  • task, assign a task to
  • dedicate, to address or inscribe (a literary work, for example) to another as a mark of respect or affection
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanbevelen
    aanbieden, toevertrouwen
    bevelen
    gelasten

    Antonyms

    bevelen
    smeken, bidden, soebatten, verzoeken, vragen

    Sample Sentences

    • [...] zeventig moidores, die hij opgegeven had mij schuldig te zijn, waarna ik eene procuratie op hem liet vervaardigen, tot den ontvangst der jaarlijksche inkomsten mijner plantaadje, en mijn compagnon opdroeg met hem te sluiten, en de jaarlijksche opbrengst op de gewone wijze met de vloot aan hem over te maken. Een clausule in het einde behelsde eene jaarlijksche gift aan hem van honderd moidores, zoo [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From op (“up”) + dragen (“to wear, carry”).

    Verbs referencing "opdragen"

    English updraw.

    Additional Information